Wilders’ zaak wordt (beetje) politieker

Print
Wilders’ zaak wordt (beetje) politieker

Afbeelding: EPA

In het proces tegen Geert Wilders wordt nu ook politiek Den Haag betrokken. Precies zoals de PVV-leider wilde.

Uiteraard had Wilders ‘hier nooit willen zijn’. „Voor een moordzaak trekt een rechtbank drie dagen uit. Voor drie woorden sleept zich nu al vijf jaar een proces voort.”

Maar nu hij er tóch staat, wil Wilders zo veel mogelijk duidelijk maken dat er sprake is van een ‘politiek proces’. Het was de strategie vanaf dag 1 sinds zijn minder-Marokkanen-uitspraken. En gisteren kwam een (kleine) doorbraak: het hof betrekt collega-politici in de strafzaak die in hoger beroep is.

Oud-minister Ivo Opstelten moet uitleg geven of hij in zijn tijd als bewindsman het Openbaar Ministerie heeft aangespoord de PVV-leider te vervolgen voor aanzetten tot discriminatie en belediging. Hoewel Opstelten dat ontkent, moest zijn opvolger Ferd Grapperhaus wel toegeven dat er ergens een notitie was opgedoken van een gesprek met de top van het OM. Daarop stond: ‘Wilders – procedure besproken – 1000 aangiften’. Opstelten heeft bovendien de schijn tegen. Hij noemde Wilders’ Marokkanen-uitspraak publiekelijk ‘walgelijk’.

Collega-politici

Dus moet ook toenmalig OM-topman Herman Bolhaar nu opdraven om uit zijn herinneringen te putten. Net als betrokken topambtenaren als Gerard Roes en Pieter Cloo (van justitie) en Marilyn Haimé (van Binnenlandse Zaken).

Het proces van Wilders dijt daarmee alsnog uit en precies in de richting waarin hij wil: richting politiek Den Haag.

Al vanaf het begin deed de PVV’er pogingen om collega-politici te betrekken in de rechtszaak. Het rijtje: premier Rutte, toenmalig minister Plasterk, eurocommissaris Timmermans, vicepremier Asscher, maar ook de inmiddels overleden Amsterdamse burgemeester Van der Laan.

Wilders’ onderbouwing steeds: hij had niets gezegd wat hij niet al eerder zei, wat ‘bovendien waar is’ (‘ik wijs op een probleem met Marokkanen’). En omdat al die politici zich openlijk distantieerden van zijn uitspraken, of zich bemoeid konden hebben met de rechtsgang, moesten ze op het matje worden geroepen. Voor PvdA’ers Diederik Samsom en Hans Spekman gold, net als voor D66-leider Alexander Pechtold, dat zij óók felle uitspraken hadden gedaan. Die laatste over Russen: „Ik moet de eerste Rus nog tegenkomen die zijn fouten zelf rechtzet.”

Ik een proces, zij een proces, aldus Wilders.

Maar al die pogingen strandden. Tot nu. Zeker voor het oproepen van Opstelten geldt dat Wilders kan wroeten in wat de minister precies besprak met het Openbaar Ministerie. Al moet opgemerkt: ministers overleggen voortdurend met de top van justitie over grote, of publicitair gevoelige zaken. En het OM blijft herhalen: wíj besloten eigenhandig tot vervolging.

Bovendien is het een streep door de rekening dat het verhoor achter gesloten deuren gaat plaatsvinden, bij de onderzoeksrechter. Wilders had in zijn eerste proces, toen hij de islam een fascistische ideologie had genoemd, nog wel baat bij een chaotisch verhoor in het openbaar. Een toenmalig raadsheer zat toen urenlang in het strafbankje omdat hij tijdens een etentje zou hebben geprobeerd de getuige-deskundige Hans Jansen, een islamkenner, te beïnvloeden.

Succesje

Het leverde de facto weinig op, maar het beeld beklijfde: Wilders werd hier monddood gemaakt door een groepje tegenstanders. Dat die geur van vuil spel nu weer ontstaat bij Opstelten is nu kleiner, doordat het verhoor niet te zien zal zijn.

Toch mag Wilders het een succesje noemen: hij heeft het gerechtshof kunnen overtuigen dat de politici en ambtenaren uit Den Haag iets uit te leggen hebben.