Rechtszaak

Justitie eist forse celstraffen en tbs voor roofoverval op 72-jarige dorpsgenoot in Tegelen

Print
Justitie eist forse celstraffen en tbs voor roofoverval op 72-jarige dorpsgenoot in Tegelen

Afbeelding: iStock

Tegelen -

Het Openbaar Ministerie eist achttien jaar celstraf en tbs met dwangverpleging tegen Boy T. (51) voor de roofoverval op een zorgbehoevende man in Tegelen in 2017. Het 72-jarige slachtoffer overleed later aan zijn verwondingen. Medeverdachte Joyce K. (32) hoorde tien jaar tegen zich eisen in de rechtbank in Roermond.

„Ik steek je kapot. Ik wil geld hebben”, klinkt het in de woning aan de Lingsterhofweg in Tegelen op zondag 20 augustus 2017. De kreet komt uit de zorgwoning van een oudere man. Hij zou daar in een wurggreep worden gehouden.

Een medebewoonster die gestommel en gebons hoort, gaat een kijkje nemen. Ze treft twee onbekenden aan in het huis. Het zijn Joyce K. en Boy T. „Hij keek witheet. Hij had moordlust in zijn ogen. Die ogen vergeet ik nooit”, luidt de verklaring van het vrouwelijk slachtoffer. Ze zou bij de kraag zijn gegrepen en op de grond zijn gegooid. Later in het ziekenhuis blijkt haar bovenarm gebroken.

In de woonkamer ligt op dat moment de oudere man in ‘een poel van bloed’, aldus de rechter tijdens de inhoudelijke behandeling donderdag. „Er zat bloed op de muur, het plafond en de rolstoel.” Het slachtoffer is geslagen met een pijp en gestoken met een mes, waarna het tweetal zou zijn vertrokken. De mishandelde man wordt met zijn verwondingen naar het ziekenhuis gebracht. Een maand later, op 22 september, overlijdt hij. Volgens justitie als gevolg van het letsel dat hij eerder opliep.

De verdachten Boy T. en Joyce K. worden later die dag aangehouden op straat, aldus de officier van justitie. „Ze hadden een tas bij zich, waarvan ze eerst zeggen dat ze die hebben gevonden. In de tas zitten spullen uit de woning, evenals een mes en een staaf met bloed.”

Hulp

Volgens verdachte Joyce K. leerde ze het slachtoffer kennen voor een tweedehandswinkel, waar de man om ‘hulp met zijn computer vroeg’. Na koffie te hebben gedronken, zouden ze naar de zorgwoning zijn gegaan. K. zegt daar te zijn aangerand. Toch spreekt ze opnieuw met hem af, omdat ze wil dat ‘hij sorry zegt’. Ook bij die ontmoeting zou het volgens de verdachte fout zijn gegaan, waarna ze weer vertrekt. Ze belt Boy T., met wie ze een relatie heeft. De twee kenden elkaar uit de tbs-kliniek, waar T. zat vanwege een eerder misdrijf en K. stage had gelopen.

In de zorgwoning loopt het uit de hand. Het slachtoffer zou zwaar zijn mishandeld door Boy T., die door justitie als hoofdverdachte wordt gezien. Ook worden er spullen meegenomen door de twee, zoals een laptop en een horloge. De officier van justitie noemde Boy T. ‘een gevaar voor de maatschappij.’

‘Regisseren’

Justitie bestempelde het verhaal van de verdachten als ongeloofwaardig. Waarom bleef K. afspreken met het slachtoffer als ze zou zijn aangerand, vroeg de officier van justitie zich af. „Eerst willen beide verdachten niets verklaren. Daarna komt dit verhaal. Het lijkt erop dat Boy T. de verklaringen regisseert zodat K. er zo goed mogelijk vanaf komt.” Daarna: „Daarbij was het slachtoffer volgens zijn omgeving een eenzame, goede man”, aldus de officier van justitie.

De nabestaanden van het 72-jarige slachtoffer kwamen ook kort aan het woord: „Hij was een goed mens. Vanwege een beroerte was hij eenzijdig verlamd en zat in een elektrische rolstoel. Hij kon er niet eens uit. Hij zou nooit iemand kwaad doen. Hij was er niet eens toe in staat. [...] De daders steunen elkaar en liegen.”

‘Ik was kwaad’

Boy T. zelf bood zijn excuses aan in de rechtszaal. Volgens hem was het niet de bedoeling dat de dader zou worden mishandeld en zou overlijden: „Ik was kwaad. Ik sprak hem aan op het feit dat hij met zijn poten van haar af moest blijven. Het was niet mijn bedoeling hem te slaan of te doden. [...] Er kwam vuur uit mijn ogen.”