De kids mee naar een sushirestaurant. Goed idee?

Print
De kids mee naar een sushirestaurant. Goed idee?

Afbeelding: Peter Schols

BLOG - In het sushirestaurant waar ik heb afgesproken met een vriendin, word ik verwelkomd door een goedlachse serveerster. Honds volg ik haar naar mijn tafeltje als ik ineens een Antilop zie opdoemen, zo’n kinderstoel van de Ikea. In de zetel hangt een dreumes, ernaast zit een man. Aan de andere kant van de tafel zitten een vrouw en een kleuter.

„Hier is uw tafel”, zegt het vriendelijke gezicht. Ik kijk niet zo vriendelijk als ik zie welk tafeltje ze aanwijst. Pas nadat ik de kleurpotloden op de grond met mijn stoel heb weggemaaid, ga ik zitten. Met de rug naar het viertal toe dat een uur lang het restaurant zal domineren.

De dreumes is nog wel te doen. Eigenlijk is hij met zijn witte haren en hamsterwangen best koddig. Zijn vocabulaire is nog beperkt en het enige woord dat hij herhaaldelijk produceert is ‘klaar’. De jongen tegenover hem - Tommie, zo leer ik - is een ander verhaal.

Terwijl mijn vriendin aanschuift en we de eerste sushironde bestellen, voltrekt achter ons een schouwspel waar we geen kaartjes voor hebben gekocht. Tommie wil cola - „Nee Tommie, je hebt al twee glazen gehad” - en de iPad - „Eerst je bord leegeten!”. Dat laatste is voor de kleuter een behoorlijke uitdaging, want Tommie houdt niet van spicy tuna, sake en temaki. Tommie wil friet met frikandellen, en een ijsje toe. Niet een kaal bolletje op een bordje, maar een coupe ijs met slagroom, discodip én een parasolletje.

De Aziatische serveerster heeft haar lach ingeslikt als ze de tweede ronde op tafel zet. Terwijl we de crispy maki in de sojasaus soppen, wordt het volume achter me opgevoerd. Het knaapje wiebelt in zijn zeteltje - zo zegt de vriendin die verslag uitbrengt - en Tommie probeert sojaboontjes te pakken met zijn kleurpotloden. „Ik vind het vies. Ik vind jullie stom. Ik. wil. FRIETJES!”, zegt het joch. De vrouw en man geven geen kik en de lummel wordt driftig. „Ik. wil. naar. huis!” Tommie spuugt de boontjes uit en smijt de maki op de grond. De vrouw jammert en de kleinste begint te jengelen. 

De man geeft niet op. Heeft misschien gewoon honger. In de hoop de boel te sussen, haalt hij de iPad tevoorschijn. „Wil je Peppa Pig? Of liever Bumba?”, zegt de man.  „Peppa!”, antwoordt de vrouw zogenaamd vrolijk. Tommie kruipt bij de man op schoot en maant iedereen in de toko tot stilte. De kleinste gehoorzaamt en pakt zijn knuisje.

Gedurende ronde drie maken we kennis met Peppa, George, vader Pig en moeder Pig. De grootste verrassing komt als de snotneus in de Antilope behalve ‘klaar’ nóg een woord blijkt te kennen. Poep. „Ah nee, hij heeft gepoept!”, zegt de vrouw. „Heb je gepoeperd?”, vraagt de man. De vrouw graait in de tas. Ze blijft graaien. „Er zitten geen pampers in de rugzak”, zegt de vrouw. „Je had ze toch in de tas gedaan?”, zegt de man. „Ja, niet dus”, zegt de vrouw geërgerd. „En nu?”, zegt de vader. „Er zijn geen andere kinderen in het restaurant”, constateert de vrouw. Ze lijkt verrast.

Voor het gezinnetje - zoveel is nu wel duidelijk - zit er niets anders op dan de rekening te vragen. De serveerster is nog vlugger dan gewoonlijk, de familie pakt de spullen en samen met de poepmachine lopen ze naar de uitgang. Niemand vindt dat erg.

Wil je niets missen van L-magazine?

Volg ons dan ook op Facebook en Instagram!