Vijf vragen aan prins Steef I van de Plekploasters uit Baexem

Print
Vijf vragen aan prins Steef I van de Plekploasters uit Baexem

Prins Steef I van de Plekploasters uit Baexem werd per helikopter ingevlogen voor zijn receptie. Afbeelding: Jan-Paul Kuit

Baexem -

Het zijn de hoogtijdagen voor de kersverse prins. We vragen hem het hemd van het lijf. Vandaag: prins Steef I van de Plekploasters uit Baexem.

Je maakte een spectaculaire entree op je receptie.

„Dat kun je wel zeggen. Samen met jeugdprinses Maud en mijn adjudanten werd ik afgelopen zondag voor aanvang van onze receptie per helikopter ingevlogen. We landden op het voetbalveld in Baexem. Het was mijn eerste helivlucht. Een geweldige ervaring en letterlijk een van de hoogtepunten van mijn prinsschap. We wilden dit jaar iets ludieks doen. Nou, dat lijkt me gelukt.”

Wanneer ben je gevraagd prins te worden?

„Dat was begin september, vlak voor de kermis in Baexem. Ik werd hierbij door de vicevoorzitter letterlijk om de tuin geleid. Hij belde me met de mededeling dat hij ‘even naar mijn kunstgras wilde komen kijken’. Niet veel later stonden hij en de vorst voor de deur en werd ik gevraagd om de Plekploasters voor te gaan. Ik heb geen moment getwijfeld.”

Je bent sinds kort ‘reservepapa’. Leg eens uit.

„Reservepapa. Leuk gevonden. Maar inderdaad. Begin januari, drie dagen na mijn uitroepen is Liv geboren, de dochter van mijn adjudant Frank en zijn vrouw Sanne. Ik ga er iedere dag wel even naartoe om te kijken hoe het met de kleine meid is.”

Heeft deze prins zelf ook een prinses aan zijn zijde?

„Dat ontbreekt er helaas nog aan. Ik heb bijna alles wat mijn hart begeert, maar een echte prinses zou het plaatje helemaal compleet maken. Dus dames, meld u. Brieven mogen naar het secretariaat.”

Loopt RKVB3 dit jaar de titel mis door jouw afwezigheid?

„Nou, we doen al jaren niet mee om de titel. Mocht dat dit seizoen opeens wel zo zijn, dan moet ik misschien maar eens conclusies trekken, aangezien ik als prins wel wat wedstrijden mis. Wellicht word ik wel verbannen naar de reservebank. Ach, na een avond flink stappen is dat niet eens zo erg.”