SCHEEFGEZET

„Weet dat ik u allen heb liefgehad….”

Print
„Weet dat ik u allen heb liefgehad….”

Een witte hel... Afbeelding: Getty Images/iStockphoto

Laar / Weert / Altweerterheide / Stramproy / Tungelroy / Swartbroek -

COLUMN - Terwijl het schijnsel van een olielamp mijn onderkomen schaars verlicht, bid ik dat mij nog voldoende tijd rest voor een paar afscheidswoorden.

De voorraadkast is reeds lang leeg en het laatste proviand bestond uit een paar droge kaakjes die ik eergisteren tot me heb genomen. Wanneer ik ’s nachts lig te ijlen, word ik gepijnigd door beelden van koek-en-zopie tentjes…Heer, geef me kracht. De hoop sterft als laatste, zo luidt het, maar het zou ijdele hoop zijn om te denken dat ik nog gered kan worden, nu buiten de sneeuwmuren tot vier centimeter zijn aangegroeid en het gehuil van de wolven ras naderbij komt. Op eigen kracht mijn toevluchtsoord verlaten lukt niet meer, sinds de twee tennisrackets die ik bij mijn laatste expeditie naar de buurtsuper als sneeuwschoenen heb gedragen, het hebben begeven. Bovendien geef ik er de voorkeur aan om stilletjes uit te doven, dan te worden gesmoord onder een lawine. Peter Kuipers Munneke, het is je vergeven. Ook jij kon niet bevroeden dat Koning Winter zo genadeloos zou toeslaan en een blizzard me volledig van de buitenwereld zou afsluiten. Toch komt er een weldadige rust over me heen, in de wetenschap dat ik dra deze witte hel zal verlaten. Voor ik het tijdige met het eeuwige verwissel, nog een paar laatste wensen. Gedenk mij als de onversaagde, maar goedhartige pelsjager die ik ooit was. Zorg goed voor mijn sledehonden en geef hen een warm thuis. En voor mijn dierbaren: weet dat ik u allen heb liefgehad. Vaarwel.

Knarf

Reageren? frank.heythuysen@delimburger.nl