'29 jaar oud en ik heb zojuist mijn dickpic-ontmaagding gehad'

Print
'29 jaar oud en ik heb zojuist mijn dickpic-ontmaagding gehad'

Afbeelding: Peter Schols

BLOG - Ik zit bij de kapper voor een apk’tje: een algemeen periodieke kleuring. Na beraad met de kapster, ga ik voor hetzelfde recept: wit.

De blanke pasta wordt verdeeld over mijn haren, ik drink mijn kopje koffie, praat met Imke over de bouw van ons huis en blader door woonmagazines. De sfeer is gemoedelijk. Fijn. Absoluut niet ongemakkelijk. Een gevoel dat plotsklaps verdwijnt als ik mijn telefoon ontgrendel en zie dat ik een nieuw bericht heb ontvangen.

Het is een appje van een vreemd nummer. Wie is dit nu weer? Ik open het gesprek en zie een foto. In gedachte deins ik terug. In werkelijkheid blijf ik zitten en krijg ik een rood hoofd. Daar in die comfortabele kappersstoel maak ik kennis met Kobus. Kobus is lichtroze en niet lang. Ook hij kan wel een kappersbeurt gebruiken. Zijn haren hebben een peper-en-zoutkleur en doen me denken aan de haardos van de trollenpoppetjes die ik vroeger spaarde. Al is er iets anders in de foto sterker geladen dan de haren an sich.

„Sorry, wat zei je?” Ik schrik. „Wanneer jullie klaar zijn met bouwen…”, herhaalt de kapster. Haastig stop ik mijn telefoon in mijn hoodie. Ik kijk naar mijn spiegelbeeld en zie een vrouw met een hoofd dat bijna uit elkaar spat. Zou ze de foto met het onderschrift ‘Kobus’ gezien hebben? Zou de kapster in de gaten hebben dat ik zojuist, 29 jaar oud en zittend in een kappersstoel, mijn dickpic-ontmaagding heb gehad?

De coiffeur lijkt niets in de gaten te hebben. Onstuimig vertelt ze over haar interieursmaak: eclectisch, spullen bij elkaar gesprokkeld op rommelmarkten. Ik zie het bloed uit mijn gezicht trekken. Wat was me nu net gebeurd? Welke idioot stuurt me een blotepiemelselfie? En welk gezwel geeft deze een naam die me doet denken aan een hooiboer in Zuid-Limburg?

Het antwoord op deze vragen laat nog even op zich wachten. De kapster vertelt honderduit, ik knik driftig en doe of ik luister. Ondertussen brandt mijn telefoon in mijn sweater, een hittegolf veroorzakend als ik ‘m voel trillen. Een kapsalon is niet de plek om je even terug te trekken en dus zal ik geduld moeten hebben. Ik wil niet het risico lopen dat ik alsnog betrapt wordt door de kapster - dadelijk denkt ze nog dat kleine Kobus van mijn vriend is.

Een uur later en klaar voor het tweede bedrijf van mijn kleurbehandeling, trek ik het niet meer. Ik wil weten wie mijn afzender is. In mijn kappersponcho waggel ik naar het toilet. Met mijn broek nog aan, ga ik op het closet zitten en haal mijn telefoon tevoorschijn. Ik ontgrendel het ding, open WhatsApp en kijk naar het scherm. Hè? De foto van Kobus is verwijderd. Ik klik op de afzender. Het nummer is zichtbaar, maar er staat geen foto bij. Ik stuur de zaklamp-emoji, maar tevergeefs. Mijn bericht komt niet aan. Komt nooit aan. Een anticlimax.