De Bokkeriejesj van Groeët Ghen Heij: 121 jaar carnavalstraditie

Print
De Bokkeriejesj van Groeët Ghen Heij: 121 jaar carnavalstraditie

De Bokkeriejesj houden in Heerlerheide een caranavalstraditie van 121 jaar in ere. Afbeelding: Mitchell Giebels

Heerlen / Hoensbroek -

Een mooier jubileum is in de carnavalswereld nauwelijks voor te stellen: 11 maal 11 jaar. De carnavalsvereniging van Heerlerheide, de Bokkeriejesj van Groeët Ghen Heij, bereikt dit jaar deze mijlpaal.

Het 121-jarig bestaansfeest is vrijdagavond ingezet met een grote feestavond in het Corneliushuis. Ook de rest van het weekend staat in teken van het jubileum. Daar blijft het niet bij. De optocht op carnavalsmaandag 4 maart belooft de grootste uit het bestaan van de Bokkeriejesj te worden. In november wordt dan de officiële 11 x 11 jaar receptie gehouden.

Archief

Hub Huijts is het lopende archief van de vereniging. Hij vertelt over het ontstaan van de carnavalstraditie en weet dat Arthur Voncken in 1898 de eerste prins was in een lange reeks van de Bokkeriejesj. „Handelaren uit Heerlerheide deden al in de negentiende eeuw zaken over de grens. In bijvoorbeeld het Rijnland, met name in Keulen. Ze maakten daar kennis met een uitbundig feest dat carnaval werd genoemd. Enkele van die handelaren waren lid van de turnvereniging van Heerlerheide en besloten in 1898 een eigen carnavalsfeest te vieren, compleet met prins.”

Jocus

Helaas is volgens Huijts (76) nauwelijks iets bekend uit dat jaar. „We weten alleen dat er een optocht was, die enorme bijval kreeg. Carnaval in Heerlerheide was geboren.” Volgens de archivaris is de carnavalsvereniging van Heerlerheide een van de oudste van Limburg. Niemand kan het Venloosch Vaste­laoves Gezelschap Jocus evenaren, in 1842 opgericht. De Bokkeriejesj staan zevende na de Kwiebusse Neer (1875), Mirlithophile Valkenburg (1879), Marotte Sittard (1881), Kaetelaers Steyl (1883) en Pottentoate Beek (1886).

Ook na het jaar van de oprichting is jammer genoeg veel over de geschiedenis van de vereniging verloren gegaan. „De Eerste Wereldoorlog en de crisisjaren zijn daar debet aan.” Vanaf 1948 is echter alles minutieus vastgelegd in de archieven van de Bokkeriejesj, die Huijts heeft beheerd in de 45 jaar dat hij aangesloten is bij de vereniging.