Vijf vragen aan de prins van Oostrum

Print
Vijf vragen aan de prins van Oostrum

Prins Luuk I. Afbeelding: Ben Kamphuis/Ton Arts/Annet Jeucken

Oostrum / Oirlo / Leunen / Castenray / Heide / Ysselsteyn / Venray / Geijsteren / Veulen / Merselo / Vredepeel / Smakt / Wanssum / Blitterswijck -

Het zijn de hoogtijdagen voor de kersverse prins.

We vragen hem het hemd van het lijf. Vandaag: prins Luuk (Giebels) I van de Karklingels uit Oostrum.

Een prins, twee adjudanten en een nar. In Oostrum hebben ze een kwartet.

„Volgens mij is dat bij de Karklingels altijd al zo geweest. Zelf ben ik ook al eens nar geweest. Toen was een vriend van mij prins. Mijn adjudanten, de nar en ik zijn ook vrienden. We doen het samen. Wat mij betreft, gaat het niet alleen om de prins, maar om ons alle vier.”

Wanneer bent u gevraagd om prins te worden?

„Bij de Karklingels wordt de nieuwe prins altijd op Prinsjesdag gevraagd. Dat is een traditie, dus als je op die dag gebeld wordt door de carnavalsvereniging, weet je zo ongeveer al hoe laat het is. Ik wilde meteen ‘ja’ zeggen. Maar natuurlijk heb ik eerst met mijn vrouw overlegd. Ze zag het meteen zitten.”

U had de vraag misschien wel verwacht?

„Gehoopt. Dat wel. Ik ben geen onbekende in de carnavalswereld van Oostrum en het heeft me altijd wel wat geleken om eens prins te worden. Maar ik had niet verwacht dat ik dit jaar al gevraagd zou worden. Uiteindelijk was ik toch compleet verrast. Oostrum is een dorp van ruim 2000 man. Er is keuze genoeg.”

Waar verheugt u zich het meest op?

„Ik kijk heel erg uit naar het schoolcarnaval. Dat je als prins met kinderen mag feestvieren die nog maar net kennis hebben gemaakt met carnaval. Als nar heb ik dat van dichtbij mogen meemaken en ik vind het schitterend. Die kinderen vragen je ook het hemd van het lijf. Ik verheug me daar enorm op. Maar ook het traditionele bezoek aan de wagenbouwers is prachtig, om nog maar een voorbeeld te noemen. Dan wassen wij de nieuwe praalwagen en daarna drinken we samen een pilsje.”

Gelukkig is het geen kort seizoen.

„Toch hebben we elk weekend tot aan carnavalsdinsdag wel iets te doen. Het worden drukke tijden. Echt, ik heb heel veel mooie dingen om naar uit te kijken.”