Luc Cremers ‘op het nippertje’ toch nog prins van de Keescheknup

Print
Luc Cremers ‘op het nippertje’ toch nog prins van de Keescheknup

Prins Luc I komt uit een rasechte Bèngelder carnavalsfamilie. Afbeelding: Foto Françoise Petersen

Bingelrade -

Als je Bingelrade in gaat en naar het voormalige voetbalveld loopt, zie je een schitterende weide: de Prinsenweide. Deze staat vol met kersenbomen. Als je ze telt kom je uit op vijfenvijftig. Het aantal komt overeen met het aantal prinsen dat Carnavalsvereniging De Keescheknup de voorgaande jaren heeft gehad in het jaar 2017. Een eerbetoon aan alle prinsen.

Voor Luc Cremers (24) uit Bingelrade is een langverwachte droom uitgekomen: hij is tot prins benoemd van carnavalsvereniging De Keescheknup. “Ik ben hier geboren en getogen. Ik heb er op de basisschool gezeten, ben gedurende mijn havo-opleiding vanuit Bingelrade naar het Trevianum gefietst en tijdens mijn vervolgopleiding richting de techniek, ben ik trouw in Bingelrade gebleven. Tegenwoordig werk ik als onderhoudstechnicus bij een firma in Sittard en woon ik nog in Bingelrade. Ze zagen in mij dus de geschikte kandidaat om dit jaar tot prins gekozen te worden, zeker omdat het carnavalsbloed ook in mijn aderen stroomt. Het is met de paplepel ingegoten. Mijn broer Coen heb ik gekozen tot adjudant. Mijn vader is heel lang kandidaat geweest, maar nooit gekozen en met mijn benoeming is hij de koning te rijk.”

Verhuizing

Eigenlijk is alles net op tijd, want binnenkort verandert zijn leven: “Om prins te worden, moet je namelijk wel hier in het dorp wonen en we zijn nu aan het bouwen in Merkelbeek.” Bij die laatste uitspraak van de prins schudt Jhon van Herk afkeurend met een knipoog. Hij is lid van de raad van elf en woont, uiteraard, ook in Bingelrade. “Ik ben hier geboren, even weg geweest, maar ben inmiddels twintig jaar terug”, vertelt Jhon. “Tijdens de carnavalsvoorbereidingen ben ik present. Ik help mee aan de bar, loop mee als einzelgänger tijdens de optocht en organiseer de jaarlijkse wandeltocht die dit jaar op 17 november plaatsvindt. Dat is onze grootste bron van inkomsten, omdat we geen sponsoren hebben.”

In eigen hand

“Er zijn veel voorbereidingen”, vertelt bestuurslid Marc Goffin. “Onze carnavalsvereniging verschilt van andere omdat wij alle werkzaamheden zelf doen. Wij huren ons Ontmoetingscentrum, waar we alles zelf versieren, zelf tappen, zelf opruimen. Daarnaast zetten we een programma op. Aan de ene kant zorgt dit alles voor verbondenheid tussen de mensen. Aan de andere kant hoor je ook wel eens wat gemopper, vooral bij het achteraf opruimen. Daarnaast hoort ook het regelen van artiesten. Dat laatste moet vroeg gebeuren, want je wilt het programma ook interessant houden en anders zijn die artiesten al elders geboekt. Zeker met de concurrentie van de andere, vaak grotere, plaatsen. Je wilt niet dat, laat zeggen, vijftien personen bij ons het dorp uittrekken. Dat valt meteen op omdat we maar 825 inwoners hebben”, lacht hij. “We moeten het dus interessant houden. Vroeger hadden we bijvoorbeeld het kersenpitspugen. Wie dan de pit het verste had gespuugd, kreeg een beker. Daar zijn we vanaf gestapt. Tegenwoordig houden we een uitgebreide brunch en dat is een groot succes.”

‘Appelesiene’

Hoeveel kilo snoep en kisten appelesiene slaan de Keescheknup in voor de optocht? “Dat is zo veel”, lacht Marc. “Dat gaan we echt niet tellen. Tot nu toe hebben we nog niet te kort gehad. Als een Bèngelder carnaval viert, dan vieren we het ook goed. We doen in ieder geval ons uiterste best!”