certificaat

Pubquiz meets Vastelaovend in bourgondische sfeer in Maastricht

Print
Pubquiz meets Vastelaovend in bourgondische sfeer in Maastricht

De deelnemers aan het Mestreechs Vastelaovends Exame. Afbeelding: Harry Heuts

Maastricht / Itteren -

Al tafelend de historie van de Mestreechter Vastelaovend tot je nemen. Met als verrassing een bezoek van stadsprins Armand I. Na afloop loop je als gecertificeerd Vastelaovendsvierder naar buiten.

Ech woer, jeh jao. Tempeleer Guy Bannier zet het Maastrichtse Vastelaovendsleedsje van 2019 in. Heerlenaren Ferrie Spiertz en Maud Vijgen zingen dapper mee in het hol van de leeuw. Ze behoren tot de 22 gasten die in restaurant Rozemarijn aan de Havenstraat opgaan voor hun Mestreechs Vastelaovends Exame. Een avond waarop gastronomie en carnavalscultuur samenkomen.

Proeven

Spiertz, vestigingsmanager van Sligro in Maastricht, en zijn partner Vijgen zijn uitgenodigd door Les Tables. De Maastrichtse restaurantorganisatie nam samen met de stadscarnavalisten van de Tempeleers het initiatief om het Maastrichtse carnaval en de gastronomie met elkaar te verbinden. Niet alleen horen en zien, maar ook proeven. Brasserie Tapijn beet enkele weken terug het spits af.

Oud-stadsprins Spiertz van de Heerlense Winkbülle is op deze Maastrichtse avond wellicht een vreemde eend in de bijt, maar kijkt over zijn stadsgrens heen. „Dit jaar gaan we op carnavalsdinsdag naar Maastricht.” Zijn partner Maud: „Nu gaan we genieten van een echte Maastrichtse avond.”

Historie

En dat wordt het. Tempeleers Guy Bannier en Paul Joosten voeren de gasten op de eerste verdieping van het restaurant in het Stokstraatkwartier tussen de gangen door in een Masterclass langs de historie van het carnaval in Maastricht. Van de carrus navalis (scheepskar met licht, daar komt de Blauw Sjuut voorbij) uit de Romeinse tijd, via het begrip vastel (onzin praten) uit de middeleeuwen naar de eerste intocht in Maastricht in 1841. De rest, Boonte Störrem (vanaf 1936), het typische Maastrichtse Straotcarneval, pekskes , zaate hermeniekes en de lach en traon, hebben het carnaval in Maastricht zijn unieke karakter gegeven.

Tussen de powerpointpresentaties door zetten uitbater Jeroen Raes en zijn team een tiptop driegangenmenu op tafel. Raes: „Ik kom uit Zeeland, maar ik voel me na twintig jaar verbonden met carnaval. Als we thuis met ons gezin verkleed zijn, gaan we weer los. Ik doe dit uit verbondenheid met de stad.”

Omslagpunt

De gemoedelijke avond kent een omslagpunt als onverwacht de historie realiteit wordt. De stadsprins en zijn gevolg komen binnen. Iedereen gaat staan. Stralende gezichten, gejoel, geklap. De prins blijkt een hartendief te zijn. Dames gaan als ware groupies met Armand I op de foto.

Prins Armand I nestelt zich tussen de gasten die met pen in de aanslag klaarzitten voor het afsluitende theorie-examen. Zijn rood, geel en groen afgeleid van Jamaicaanse reggae? Nee, natuurlijk niet. Ze staan voor het voorjaar, het nieuwe leven.

Klassieker

De Heerlense Maud Vijgen heeft slechts drie van de elf vragen goed. Maar ze scoort enorm bij de Maastrichtse gasten met het feit dat ze een klassieker weet op te lepelen: Meer, kom oet de zedeleer. Het liedje van Theo Menten uit 1955 wordt vol glans gezongen.

Winnaar van de avond is rasechte Mestreechteneer Jules Verhoeven. Hij eindigt samen met de stadsprins op de eerste plaats, met negen uit elf goed. Uw verslaggever wordt, als rasechte Tukker, met zes uit elf nog net niet de stad uitgejaagd. Het praktijkexamen start op zondag 3 maart.