Vijf vragen aan prins Roel I van de Aester Sjaelen Uul uit Pey

Print
Vijf vragen aan prins Roel I van de Aester Sjaelen Uul uit Pey

Prins Roel I. Afbeelding: Aester Sjaelen Uul

Echt -

Het zijn de hoogtijdagen voor de prins. We vragen hem het hemd van het lijf. Vandaag: Roel I van de Ven van de Aester Sjaelen Uul uit Pey.

Je hebt twee soorten mensen: mensen uit Pey en mensen die niet uit Pey komen. Leg aan die laatste groep eens het begrip ‘prinsentoto’ uit? „In Pey wordt altijd een lijst met elf namen opgehangen in de kroegen, de prinsentoto. Mensen kunnen dan gokken wie prins wordt. Eén van die elf personen wordt sowieso prins. Maar je kunt ook jaren op die lijst staan. Zelf heb ik er zeven jaar op gestaan.”

U bent begin januari uitgeroepen. Went het al een beetje, leven als een prins? „Heel goed. Je weet wel ongeveer wat je kunt verwachten. Het is altijd een droom geweest. Van jongs af aan deed ik mee met de vastelaovendj. En dat heb ik ook geprobeerd over te brengen op onze kinderen. Volgens mij is dat wel aardig gelukt.”

De Aester Sjaelen Uul viert dit jaar haar 6x11 jarig bestaan. Mooie vereniging? „Een hele hechte kliek mensen. Alles pakt zich samen. We hebben ook een eigen hofkapel dus muziek is nooit een probleem. Dat is mooi want dan kom je wel ergens binnen, met eigen muziek.”

De prins is actief in vele verenigingen, hebben we ons laten vertellen. Hoe moet dat nu, tot aswoensdag? „Dat valt mee, maar je kunt natuurlijk niet overal tegelijk zijn. Zingen doe ik graag en dat is gelukkig geen probleem. We hebben voor het jubileum van de Aester Sjaelen Uul ook een cd gemaakt met tien sjlagers uit de afgelopen 66 jaren. En de nieuwe sjlager natuurlijk.”

U bent ook lid van de groep Neet Nette Prinse. Iets zegt ons dat dat moeilijk te rijmen valt met het protocol dat hoort bij een echte prins. „Tja, ik moet me wel een beetje netjes gedragen natuurlijk. De Neet Nette Prinse is een ludieke groep met bijbehorende acties. Zeker in de optocht zijn we duidelijk aanwezig. Als prins moet ik me wat inhouden maar dat heb ik er wel voor over.”