Vijf vragen aan Vader Aar Thuur Tegels van de Aartjes uit Asselt

Print
Vijf vragen aan Vader Aar Thuur Tegels van de Aartjes uit Asselt

Vader Aar Thuur Tegels. Afbeelding: Made by Eva

Asselt -

Het zijn de hoogtijdagen voor de prins. We vragen hem het hemd van het lijf. Vandaag: Thuur Tegels van de Aartjes uit Asselt.

De naam van deze rubriek hadden we voor deze keer eigenlijk moeten omdopen, nietwaar?

„Daar had inderdaad ditmaal ‘vijf vragen aan Vader Aar’ mogen staan, maar vooruit. Ik vind het al een hele eer en erg leuk om op deze plek extra in de schijnwerpers gezet te worden.”

Je voelt je toch wel prinsheerlijk neem ik aan.

„Zeer zeker. Bovendien is de rol die ik vervul bij de Aartjes te vergelijken met die van een prins. Ik heb alleen geen prinsenpak en geen spreuk en in plaats van een fazantenveer prijkt er een exemplaar van een pauw op mijn hoed. Maar het gevoel is hetzelfde.”

Het kerkdorp Asselt telt nog geen 200 inwoners. Dat aantal wordt tijdens het Aartjesbal bijna verdriedubbeld.

„Zo ongeveer wel, ja. Het evenement, dat steevast twee weken voor de vastelaovend wordt gehouden, trekt jaarlijks honderden liefhebbers naar Asselt, onder wie veel jongeren. Op het bal wordt Vader Aar uitgeroepen. Het geeft echt een enorme kick om jezelf aan een bomvolle zaal te mogen presenteren.”

Je uitroeping gebeurde op een bijzondere manier. Vertel daar eens iets over.

„Vader Aar komt uit een keldergat gekropen. Dat ritueel is gebaseerd op de typisch Asseltse uitdrukking ‘op Aartje gaon’. Kortweg komt het erop neer dat de Aartjes - dat waren in vroeger tijden de vrijgezelle mannen van het dorp - al dan niet uitgenodigd, verschenen op bruiloften. Wanneer zij vonden dat ze niet gastvrij genoeg onthaald werden roofden ze de kelder - waarin meestal de drank lag opgeslagen - leeg. Vandaar dat keldergat.”

Is Vader Aar in het dagelijks leven ook daadwerkelijk vader?

„Nee, dat is niet het geval. Ik ben pas 26, dus er is nog tijd genoeg. Wel hebben mijn vriendin Maud en ik onlangs een huis gekocht. Weliswaar niet in Asselt, maar in Swalmen. Dat is alvast een goed begin, toch?”