SERIE: CARNAVALSLIEFDES

Carnavalsliefdes: Van collega’s naar tortelduifjes tijdens Boerenbal in Weert

Print
Carnavalsliefdes: Van collega’s naar tortelduifjes tijdens Boerenbal in Weert

Gemma en Frans Hartholt en een foto uit vroeger tijden tijdens het Boerenbal. Afbeelding: Arjanne van Voorst

Laar / Tungelroy / Weert / Swartbroek / Altweerterheide / Stramproy -

Weekkrant VIA Limburg presenteert aan de vooravond van ‘vastelaovend’ een serie over carnavalsliefdes. Dit is de derde aflevering.

Ze kenden elkaar al langer van het werk, maar het was pas tijdens het Boerenbal in Weert in 1980 dat de vonk écht oversloeg tussen Gemma Neijnens en Frans Hartholt. Twee jaar later luidden de huwelijksklokken.

„Het was gelijk raak”, zo herinnert Gemma Hartholt-Neijnens (58) zich die bewuste avond. „We waren op stap en kwamen elkaar aan het eind van de avond op de Oelemarkt tegen.” „We vonden elkaar al leuk en waren collega’s bij Beco, een zaak in luxe huishoudelijke artikelen, maar tot dan speelde er nog niks”, vult Frans Hartholt (61) aan. „Frappant was dat ik net voor het Boerenbal ontslagen werd”, merkt Gemma op. Het bleek allemaal menens te zijn voor de twee jonge tortelduifjes. In allerijl werd Gemma toegevoegd aan het gezelschap van Frans dat dat jaar aan de Weerter optocht deelnam. Binnen twee jaar werd een huis gekocht en gaven ze elkaar het ja-woord. In januari 1987 werd Frans zijn broer Emile I prins van de Rogstaekers en Frans eerste adjudant. In datzelfde jaar werd zoon Bob geboren en in 1991 dochter Elles. De klap op de vuurpijl volgde in 2003 toen Frans werd uitgeroepen tot Rogstaekerspreens Frans III. De vastelaovundj loopt als een rode draad door hun leven.

Lees hier meer bijzondere verhalen over carnavalsliefdes

„We kijken er ieder jaar naar uit”, vertelt Frans. „Ik ben enkele jaren lid geweest van de Rogstaekers, onze dochter was de eerste jeugdboerenbruid van basisschool Molenakker en stadsprins worden was natuurlijk de kers op de taart. Wat vastelaovundj voor ons betekent? Het draait allemaal om gezelligheid. Mensen zijn vrijer in hun doen en laten, iedereen heeft goeie zin. Het gaat echt niet om het drinken tijdens die dagen. En vaak leer je nieuwe mensen kennen.” „Bovendien geldt bij ons: samen uit, samen thuis”, vult Gemma aan. “Ook toen Frans prins was, een bijzonder drukke tijd.”

‘Prins zijn is fantastisch’

„Prins zijn is fantastisch”, weet Frans. „Bij het prinsuitroepen voel je al aan de zaal of je als prins ‘bevalt’ of niet. Je wordt op handen gedragen, laat overal je gezicht zien en het wordt bijzonder gewaardeerd als je ook in de kerkdorpen als ‘stadspreens’ acte de presence geeft. Het belangrijkste is dat je altijd jezelf blijft.” Als ‘vrouw van de prins’ had Gemma er geen moeite mee om in de schaduw van haar man te opereren. „Je ziet het hele feestgebeuren vanop de eerste rang aan je voorbij trekken, keileuk! Vanaf oktober tot de prinsuitroeping zit je in spanning, de ontlading op de avond zelf is enorm. Je leeft een tijdje in een roes. En ja, een prins heeft over vrouwelijke aandacht niet te klagen. Maar ik ben niet jaloers en ’s avonds lag hij toch maar mooi bij mij in bed. En nog steeds”, zo merkt Gemma lachend op.

Vakantie tijdens carnaval?

Vastelaovundj begint voor de twee op de Elfde van de Elfde. Met vakantie tijdens carnaval? Geen denken aan. Het Boerenbal -ze gingen er dit jaar voor de 39e keer in successie samen naartoe- , de Bonte Avonden van de Rogstaekers, de prinsenreceptie en de drie dolle dagen zelf, Gemma en Frans zijn erbij. „Stappen met vrienden, de kroegen in en pas na de abdicatie van de prins is het voor ons voorbij en gaat het pakje terug in de kast.” En Aswoensdag? „Dan eten we thuis een haring, samen met de kinderen.” Hoewel Gemma en Frans onlangs oma en opa zijn geworden, hoeft zoon Bob niet aan te kloppen voor een oppas tijdens carnaval. „Hij geeft gelukkig niks om vastelaovundj”, zo besluit Gemma lachend.