‘ Is weer gedaon!’

Print
‘ Is weer gedaon!’

Het ‘Hieëring sjèlle’ is de echte afsluiter van de vastelaovestied.

Aswoensdag, the day after. De schmink is van het gezicht gewassen, de roead-gael-greune ballonnen lek geprikt, de confetti buiten de deur geveegd en het vastelaovespekske gelucht, het kan weer terug in de kast of in de kist. De vastelaovend is weer voorbij. Ongetwijfeld speelden de emoties weer hoog op bij de traditionele afsluitingsceremonieën op de dinsdagavond. Het was weer een mooi feest, voor even de zorgen van alledag aan de kant. De kalender geeft Aswoensdag aan maar dat wil voor de echte carnaval-die-hard niet zeggen dat hij nu thuis op de bank ploft. Er staat immers nog het verlengstuk van de carnaval op het programma, het askruisje halen en aansluitend ‘Hieëring sjèlle’, een gebruik dat onlosmakelijk aan de carnaval is verbonden. Onder het genot van een vette vis nog even de afgelopen carnaval ‘evalueren’.

Net als Vastelaovend zelf staat ook Aswoensdag, de eerste dag van de komende vastentijd bol van traditie. Allereerst worden de machtsverhoudingen weer in ere hersteld. De prinsen brengen de sleutels van het gemeentehuis weer terug, die ze tijdens de machtsoverdracht aan het begin van de carnaval gekregen hebben. De burgemeester kan weer aan het werk. Een mooie gelegenheid voor de prinsen om even terug te kijken naar ‘wie sjoean ’t waas’.

In verschillende plaatsen wordt de carnaval ingezet met een carnavalsmis waarbij de hoofdrol van de priester wordt gedeeld met de carnavalsprins en zijn gevolg. De belofte om op Aswoensdag met z’n allen een askruisje te komen halen is dan gauw gedaan. En belofte maakt schuld dus zitten op Aswoensdag tijdens de viering naar goed gebruik de carnavalisten in de kerkbanken om een askruisje te halen. Na al dat feesten is het immers tijd voor bezinning.

De as voor het askruisje is een overblijfsel van de verbrande buxustakken van palmzondag vorig jaar. De priester tekent de gelovige met een kruisje op het voorhoofd met de woorden ‘Gedenk mens dat ge stof zijt en tot stof zult wederkeren’. Deze tekst is bedoeld om het betrekkelijke van het leven in te zien. Tegelijk is het ook een aanmoediging om nu het leven te vieren zolang het kan.

Met het askruisje op het voorhoofd is het tijd voor ‘hieëring sjèlle’. Veel cafébazen hebben een hoekje van het café gereserveerd voor een schaal zure haring voor de klanten. Sommigen denken dat deze haringtraditie is ontstaan om na een paar dagen feestvieren de kater te verdrijven en de pijn in de keel te verzachten. Dat zou natuurlijk kunnen. Er blijkt toch een diepere oorzaak te bestaan maar waar die precies vandaan komt, is niet duidelijk. Het eten van haring op Aswoensdag zou voortkomen uit de tijd dat volgens katholiek gebruik in de veertigdaagse vastentijd geen vlees gegeten mocht worden gegeten. De vastentijd was, zeker voor de jaren ’60 een tijd van matigen. Omdat vlees toen duurder was dan vis zag men het eten van vis toch als matiging. Streng vasten was vroeger een verplicht nummer voor iedere katholiek. Veel gelovigen haalden dan ook opgelucht adem toen begin jaren zestig de vastenregels vanuit Rome werden versoepeld. Daarnaast zou haring verschillende voedingsstoffen bevatten die het vasten gemakkelijker zouden maken.

Hoe dan ook, het ‘Hieëring sjèlle’ is de echte afsluiter van de vastelaovestied. Hoewel, voor de doorgewinterde carnavalist de deksel er nooit helemaal op gaat. Die blikt vanaf dat moment immers weer voorzichtig vooruit naar de elfde van de elfde.