Klimaatakkoord waarschijnlijk onvoldoende

Print
Klimaatakkoord waarschijnlijk onvoldoende

Afbeelding: ANP

De ruim zeshonderd maatregelen uit het voorlopige Klimaatakkoord schieten waarschijnlijk tekort om de kabinetsdoelstelling van 49 procent CO2-reductie in 2030 te halen. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is er ‘werk aan de winkel’ en moeten er ‘politieke keuzes’ worden gemaakt.

De plannen uit het voorlopige Klimaatakkoord zorgen er volgens het PBL voor dat de uitstoot van broeikasgassen met 31 tot 52 megaton CO2 wordt teruggebracht, terwijl 48,7 megaton nodig is. Het planbureau spreekt van ‘grote stappen in de energietransitie’, maar de opgave van 49 procent reductie wordt ‘waarschijnlijk niet gehaald’. Het instituut stelt dat er ‘politieke keuzes’ nodig zijn om meer zekerheid te krijgen over de effectiviteit van de te nemen maatregelen.

Vooral de plannen voor de industrie zijn volgens het PBL onzeker. Deze bedrijven werden geacht de uitstoot met 14,3 megaton terug te dringen, maar de plannen die zijn gemaakt leiden tot een CO2-reductie van slechts 6,0 tot hooguit 13,9 megaton.

Het PBL zet vraagtekens bij de effectiviteit van de voorgestelde bonus-malusregeling voor grote uitstoters: die houdt in dat bedrijven zelf met plannen moeten komen om de CO2-reductie terug te brengen. Doen zij dat niet, dan volgt een boete. Volgens het PBL zorgt zo’n regeling voor veel onzekerheid en hangt erg veel af van de vormgeving van de plannen en de reactie daarop van bedrijven.

De afgelopen tijd bleek al dat ook de regeringspartijen weinig vertrouwen hadden in de effectiviteit van een boetesysteem. In plaats daarvan wordt gedacht te komen met een CO2-belasting voor bedrijven. De linkse oppositiepartijen dringen daar al langer op aan.

De kosten van de voorstellen tellen volgens het PBL op tot op 1,6 tot 1,9 miljard euro per jaar in 2030. Dat is aanzienlijk minder dan vorig jaar naar voren kwam uit een eerste analyse van de hoofdlijnen van het klimaatakkoord.

Lage inkomens geraakt

Nederlanders met een laag inkomen of een middeninkomen zijn relatief het duurst uit door de maatregelen uit het voorlopige Klimaatakkoord, zo rekent het CPB voor. De (lagere) middeninkomens gaan er zo’n 0,5 procent op achteruit door de voorgestelde maatregelen van de klimaattafels, bij de hoogste en laagste inkomens is het een teruggang van 0,3 procent.

De verhoging van de motorrijtuigenbelasting en de introductie van een ‘innovatietoeslag’ op het bezit van een auto slaat het hardst neer bij de (lagere) middeninkomens. Dat zijn mensen die een benzine- of dieselauto rijden en voorlopig geen geld hebben om een elektrische auto aan te schaffen.

Het totale klimaat- en energiebeleid – dat bestaat uit het al ingezette beleid én de maatregelen uit het voorlopige Klimaatakkoord – raakt vooral de laagste inkomens, stelt het CPB. De achteruitgang voor de laagste inkomensgroep bedraagt 1,8 procent, terwijl mensen met de hoogste inkomens er gemiddeld 0,8 procent op achteruit gaan tussen 2018 en 2030.

Gemiddeld gaan huishoudens er in 2030 zo’n 1,5 procent op achteruit door het totale klimaat- en energiebeleid. Daarin is meegenomen dat bedrijven zo’n 80 procent van hun lastenverzwaringen zullen doorberekenen aan de consument. Daarbij is ook meegeteld dat mensen minder geld kwijt zijn aan bijvoorbeeld benzine als ze in een elektrische auto gaan rijden.