Preventie

Uitgebreide hielprik redt meer baby’s

Print
Uitgebreide hielprik redt meer baby’s

Sinds 1974 worden in de eerste week na de geboorte enkele druppels bloed afgenomen uit de hiel van de baby. Afbeelding: AD/Annina Romita DTCT

Pasgeborenen zullen vanaf 1 oktober op meer ernstige aangeboren aandoeningen worden onderzocht. Deze uitbreiding van de hielprik kan voor enkele tientallen baby’s levensreddend zijn.

Aan de check zijn de opsporing van drie potentieel dodelijke stofwisselingsziektes toegevoegd. Staatssecretaris Blokhuis (Volksgezondheid) maakt de uitbreiding vandaag bekend.

Sinds 1974 worden in de eerste week na de geboorte enkele druppels bloed afgenomen uit de hiel van de baby. Ouders moeten er wel hun toestemming voor geven. De check kost niets. Staatssecretaris Blokhuis, die preventie in zijn portefeuille heeft: „Elke ouder weet hoe tegenstrijdig het voelt als je pasgeboren kind in de hiel wordt geprikt. Maar de resultaten zijn echt indrukwekkend. Meer dan 99 procent van de ouders doet mee.”

Aandoening

De nu al via de hielprik onderzochte ziektes zijn meestal erfelijk en ongeneeslijk. Het gaat onder meer om een aandoening van de schildklier, een ziekte van de bijnier, erfelijke vormen van bloedarmoede, taaislijmziekte en een aantal stofwisselingsziektes. Bij de nieuw toegevoegde stofwisselingsziektes zijn kinderen niet in staat een bepaald aminozuur of vetzuur af te breken. Daardoor hopen stoffen zich op in het lichaam; dit is zonder behandeling al snel dodelijk. Als de aandoening tijdig wordt ontdekt en een aangepast dieet wordt gevolgd, kan het kind vaak normaal leven.

Vroege signalering van ziektes en een goede behandeling zijn volgens onderzoeksinstituut RIVM essentieel voor het welbevinden van het kind. De meeste van de aandoeningen kunnen zeer ernstige schade toebrengen aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van een kind. „Elk jaar wordt bij 180 tot 190 kinderen een aandoening geconstateerd in het vroegste stadium”, stelt Blokhuis. „Daarmee kan veel leed worden voorkomen. Met deze uitbreiding en de uitbreidingen van de hielprikscreening die nog volgen, kunnen we elk jaar tijdig twintig tot veertig kinderen extra de juiste hulp bieden.”