'Weinig liefdes zijn fraaier dan ambachtsliefde'

Print
'Weinig liefdes zijn fraaier dan ambachtsliefde'

Afbeelding: Stefan Koopmans

COLUMN - De verhuizers kwamen zaterdag. Om twintig over zeven ’s ochtends belden ze aan. Het waren er vier. Eén had ik al eens gezien: toen hij langskwam om de offerte op te stellen. Het was een Amsterdams familiebedrijf: zijn vader was verhuizer geweest, zijn opa ook. Dat stelt me altijd gerust. Als je bedrijf het al drie generaties volhoudt, doe je vast iets goed.

Ik vroeg of het handig voor de verhuizers was als we alles dat we op de tweede verdieping inpakken, alvast op de eerst verdieping zetten. Dat was niet nodig. Hij voegde er wel aan toe: “Maar zoals ze bij ons thuis altijd zeiden: loop nooit met lege handen de trap af.” Die zin had ik nog nooit in mijn leven gehoord, maar ik kom dan ook niet uit een familie van verhuizers. Toen hij de zin uitsprak, was ik eigenlijk al verkocht. Weinig liefdes zijn fraaier dan ambachtsliefde.

Vervolgens maakte hij een schatting van het aantal benodigde verhuisdozen. Die kwamen zijn collega’s een paar dagen later brengen. Ik vond het een klein mirakel dat hij door een huis kon lopen, daar de meubels bekeek, zijn ogen langs planken vol boeken liet gaan, en op basis daarvan een aantal dozen kon noemen. Een nog veel groter mirakel vond ik dat het aantal dozen op drie na precies bleek te kloppen. Zelf had ik ook een inschatting gemaakt van het aantal dozen; ik zat er 35 naast. Ieder zijn vak.

De vier mannen gingen meteen aan de slag, volgens een systeem dat ze geen woorden gaven, maar duidelijk al honderden keer was toegepast. Het leken wel mieren. Mijn taak bestond vandaag uit het zetten van koffie, zoveel was me binnen een minuut duidelijk. Ik besloot er een taak aan toe te voegen: die van DJ. Ik zette een playlist met classic rock op. Toen zowel Kiss, Deep Purple als Journey waren langsgekomen zonder dat er ook maar iemand had meegefloten concludeerde ik dat ik vooral mezelf een plezier had gedaan - een zeer hardnekkig karaktertrekje. Ik vroeg of er nog verzoekjes waren.

Een van de vier mannen noemde Snollebollekes. Dat ging me te ver: al was dit hierna mijn huis niet meer, vandaag nog wel. Ik had ooit meer principes dan tegenwoordig, maar aan ‘geen Snollebollekes in mijn huis’ hou ik graag vast.

Mijn vriendin had een beter idee. Ze zette een playlist op van André Hazes. Het eerste nummer was Kleine Jongen. De eerste noten klonken, en ik hoorde één van de verhuizers vanaf de verhuislift zingen: “Kleine jongen, je bent op deze wereld / Dus zal je moeten vechten, net als ik.” Het was duidelijk: mijn huis zou leeggehaald worden onder begeleiding van Hazes.

Een van de mannen vroeg mijn vriendin of alles uit de slaapkamer mee moest. Dus ook eventuele losse voorwerpen die ze zouden vinden. Ik vond het mooi geformuleerd, en dacht aan alle ooit gevonden losse voorwerpen die tot deze vraag hadden geleid.

Tijdens de pauze kwamen de verhalen. Over de collega die het liefst verhuizingen naar Groningen deed, omdat de shoarma daar volgens hem de beste van Nederland was. Over die rijke mevrouw, die de verhuizers meteen vertelde over haar familievermogen van 80 miljoen en de exclusieve auto’s die ze ooit had gehad, en die eigenlijk maar één verzoek had: of ze mee mocht in de vrachtwagen. Ze had in elk model limousine ter wereld gezeten, maar nog nooit in de cabine van een vrachtauto.

De pauze was kort: de vier mannen moesten door. Hazes zong ondertussen dat het tijd was, de hoogste tijd.