Boete voor inzet vermeende illegale Bulgaren bij Horster champignonbedrijf vernietigd

Print
Boete voor inzet vermeende illegale Bulgaren bij Horster champignonbedrijf vernietigd

De Raad van State veegt de eerder opgelegde boete van tafel. Afbeelding: Getty Images

Horst / Griendtsveen / Swolgen / Broekhuizenvorst / Melderslo / Hegelsom / Meterik / Meerlo / Tienray / Broekhuizen / America / Grubbenvorst / Lottum / Sevenum / Kronenberg / Evertsoord -

Champignonbedrijf FreshChamp uit Horst hoeft toch geen boete te betalen voor de inzet van 41 Bulgaren binnen het bedrijf tussen oktober 2011 en augustus 2012.

De hoogste bestuursrechter Raad van State oordeelde woensdag dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de stelling dat de 41 Bulgaren een tewerkstellingsvergunning hadden moeten hebben. De in juni 2015 opgelegde boete van 114.000 euro is daarom door de Raad van State vernietigd.

Het bedrijf FreshChamp, dat ook kwekerijen heeft in Hegelsom en Swolgen, werd op 26 augustus 2012 bezocht door de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De inspectie stelde dat de binnen het bedrijf actieve 41 Bulgaren een tewerkstellingsvergunning hadden moeten hebben omdat zij onder directe leiding en toezicht van FreshChamp zouden staan. Het bedrijf stelde tevergeefs dat de Bulgaren in loondienst waren van een Bulgaars uitzendbureau en werden aangestuurd door die onderneming. Oorspronkelijk kreeg FreshChamp een boete van 328.000 euro. Nadat het bedrijf inzage had gegeven in financiële gegevens werd het bedrag verlaagd naar 114.000 euro.

FreshChamp vocht de boete in 2018 zonder succes aan bij de Rechtbank Limburg. In hoger beroep oordeelt de Raad van State anders.

Twijfel

De hoogste bestuursrechter stelt dat er inderdaad verklaringen zijn die erop duiden dat de Bulgaren onder toezicht en leiding van het bedrijf stonden. Zo verklaarde een medewerker van het uitzendbureau dat FreshChamp aangaf hoeveel champignons er geplukt moesten worden en hoeveel mensen er iedere dag nodig waren. De Raad van State twijfelt echter aan de verklaringen van de medewerker. Zo was hij zelden op de werkvloer aanwezig en legde hij wisselende verklaringen af. De Raad van State ziet ook dat diverse Bulgaren verklaarden dat zij onder de directe leiding van het uitzendbureau stonden.

Om die redenen twijfelt de bestuursrechter aan het oordeel van de Inspectie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Omdat de inspectie onvoldoende bewijs heeft geleverd, krijgt het bedrijf het voordeel van de twijfel en is Raad van State van mening dat de boete ten onrechte is opgelegd.

Sinds 1 januari 2014 is het voor Nederlandse bedrijven sowieso niet meer nodig om voor Bulgaren en Roemenen een werkvergunning aan te vragen.