Parachutespringen op het droge in de grootste windtunnel van Europa

Print
Parachutespringen op het droge in de grootste windtunnel van Europa

Hoe relatief ‘rustig’ het zweven er van buiten de tunnel ook mag uitzien, in werkelijkheid drijf je op een ‘orkaan’ die je hardhandig alle kanten op rukt. Afbeelding: Peter Schols‘

Vliegen als een vogel. Maar dan met beide benen (bijna) op de grond. Het kan bij indoor-skydive Fly-in in Luik, in de grootste windtunnel van Europa. Beleef de sensatie van de vrije val, zonder uit een vliegtuig te springen.

Daar sta ik dan in de deuropening van de enorme glazen pijp. Onder me is een gapend gat waar zich zes windturbines bevinden die lucht met donderend geweld naar boven stuwen. Een stalen vangnet moet voorkomen dat ik straks helemaal tot in de kelder naar beneden lazer. Maar gerust ben ik er niet op. Ik zie mezelf al hardhandig op mijn gezicht kwakken, tot vermaak van de bezoekers die vanachter het glas de verrichtingen van de ‘skydivers’ kunnen volgen. Of wie weet, word ik volledig stuurloos tegen het plafond geblazen.

Met zo’n 180 kilometer per uur maar liefst, wordt de lucht hier naar boven geperst. Ongeveer vergelijkbaar met de snelheid tijdens een vrije val bij een échte parachutesprong. „Vergelijk het maar een beetje met het gevoel als je op de snelweg een arm uit het autoraam steekt”, zegt bedrijfsleidster Nirana Ohara van Fly-in over wat mij straks te wachten staat. „Maar dan op je hele lichaam.”

Spannend

Door mijn oordoppen en helm heen hoor ik de wind in de tunnel angstaanjagend hard loeien. En ik ben niet de enige van ons groepje die het toch wel een beetje spannend vindt. Naast me staat Bart Aerts uit het Belgische Zonhoven hevig te puffen. „Ik sta te trillen op mijn benen”, geeft hij wat besmuikt toe. Bart viert vandaag zijn dertigste verjaardag. De sprong in de vrijevalsimulator bij Luik is onderdeel van de verrassingsdag die zijn vriendin voor hem heeft georganiseerd. Maar zo heel blij is hij daar op dit moment niet mee. „Het begon vanmorgen lekker rustig met een ontbijtje, maar zie mij hier nu staan.”

Parachutespringen op het droge in de grootste windtunnel van Europa
Voor er ‘gesprongen’ wordt, krijgen bezoekers eerst instructies. Foto: DE LIMBURGER PETER SCHOLS

Kracht

Toch kan er weinig misgaan zo dadelijk, heb ik gelezen op de website van Fly-in. Iedereen vanaf vier jaar mag ‘luchtduiken’ in Luik. En ik ben niet zwanger, niet zwaarder dan 120 kilo, heb geen alcohol gedronken en heb nooit mijn schouder uit de kom gehad. „Door de kracht waarmee de lucht je armen omhoog duwt, zou je een probleem met je schouders kunnen krijgen”, verklaart Ohara die laatste vereiste. Maar ongelukken gebeuren hier eigenlijk nooit, verzekert ze. „Je kunt niet echt vallen. Anders grijpt de instructeur ook echt wel in.

En als je het niks vindt, ben je in een wip weer buiten. Dat is het voordeel hier”, lacht ze. „Bij een echte parachutesprong heb je zo’n escape niet.” Dat stelt enigszins gerust. Net als de instructies vooraf, en de professioneel ogende overall en de helm die we krijgen. Armbanden, kettingen, portemonnee hebben we in een kluisje achter moeten laten, om te voorkomen dat ze straks ongecontroleerd door de windtunnel vliegen.

Le banane

Dan wenkt instructeur Juan me vanaf het vangnet dat ik mag komen. Hoe had hij het ook alweer uitgelegd? Kin omhoog, armen vooruit en dan voorover laten vallen. Een weg terug is er niet meer. Op hoop van zegen stort ik me door de deuropening en voel hoe de kracht van de wind me direct omhoog duwt. Gelukkig grijpt Juan me subiet vast om te voorkomen dat ik er als een blaadje wegwaai. Met het nodige gesjor aan mijn armen en benen duwt hij mij in de juiste positie voor ‘le banane’, de optimale vrijevalhouding die hij tijdens de briefing liggend op een bankje heeft voorgedaan. Armen vooruit, benen naar achteren en kin omhoog, weet ik nog, ook al ging het in het Frans.

Maar bewegen en de balans vinden blijkt behoorlijk lastig. Want hoe relatief ‘rustig’ het zweven er van buiten de pijp ook mag uitzien, in werkelijkheid drijf je op een ‘orkaan’ die je hardhandig alle kanten op rukt. Het is hard werken. Desondanks moet ik iets goed doen, want ik zie instructeur Juan even later lachend voor mijn neus staan met twee gebalde vuisten in de lucht. Ik hang helemaal los! Maar voordat dat besef goed en wel tot me doordringt, stuurt Juan me terug richting de deur en land ik buiten het geweld van de windturbines weer met beide benen op de grond.

Parachutespringen op het droge in de grootste windtunnel van Europa
Foto: DE LIMBURGER PETER SCHOLS

Skydiveteam

Amper een minuut heeft mijn ‘sprong’ geduurd. Maar ik ben er totaal beduusd van. In de tunnel zie ik even later ook Bart samen met Juan zweven. Terug in de wachtruimte steekt hij met een brede lach twee duimen de lucht in. Het verjaardagscadeau is alsnog in de smaak gevallen. „Qua tijd is zo’n indoorsprong vergelijkbaar met een echte vrije val vanuit een vliegtuig”, verzekert Ohara over de relatief korte tijdspanne. „Ook qua gevoel trouwens.”

Niet voor niets komen veel parachutisten hier om te trainen. Voordat wij aan de beurt zijn, gaat een groepje Amerikaanse militairen van een basis in Duitsland de tunnel in om te oefenen. En we hebben mazzel, want even later geeft het Belgische skydiveteam Hayabusa met vier man sterk een aantal spectaculaire figuren ten beste. „Deze windtunnel is met een doorsnede van 5,2 meter de grootste van Europa”, verklaart Ohara. Zodoende kunnen hier ook teams komen oefenen. „Dat werkt vaak toch net even makkelijker dan buiten op vierduizend meter hoogte.”

Fratsen

Van dergelijke acrobatisch fratsen zijn wij als beginnelingen nog mijlenver verwijderd. Al gaat het bij de tweede sprong al beduidend beter. Redelijk snel hang ik stabiel in de windtunnel en krijg ik zelfs een heel klein beetje het gevoel van controle als ik de bewegingen van de instructeur nadoe en merk dat ik door mijn handen op en neer te bewegen kan stijgen en dalen. „Na een sprong of vier wordt het leuk”, verzekert Ohara. „Dan krijg je echt het gevoel dat je de boel onder controle hebt en kun je écht gaan genieten.” Helaas is het voor de meesten van ons vandaag na twee sprongen gedaan met de pret.

Voor mij staat als toetje nog een ‘taxisprong’ op het programma waarbij je met een instructeur een paar keer tot helemaal tot boven in de tunnel vliegt. Eng? Welnee. Na twee sprongen ben ik vol vertrouwen als ik beet word gepakt en samen met de instructeur naar boven schiet. Terug in het kleedlokaal, waar we ons even later met de adrenaline nog in het lijf uit onze overalls moeten wurmen, zijn we het roerend met elkaar eens: dit was een héél bijzondere belevenis. „Deze verjaardag vergeet ik nooit meer”, beaamt Bart. En de koek is voor hem nog niet op. „Ik heb nog twee verrassingen te gaan”, weet hij. „Maar zo spectaculair als dit zal het wel niet meer worden.”

Skydiven kan ook in Nederland

Ook in Nederland zijn er skydivecentra, onder andere in Utrecht en Roosendaal. Verder ligt even over de Duitse grens bij Noord-Limburg Indoor Skydiving Bottrop en pal naast Liège Airport bij Luik dus de windtunnel van Fly-in. In Luik kost een ticket voor twee sprongen, inclusief de instructeur, 55 euro. Een ticket voor vier sprongen kost 95 euro.