Floddergats

Bodemonderzoek van oudste deel Q4 leidt tot opmerkelijk inzicht

Print
Bodemonderzoek van oudste deel Q4 leidt tot opmerkelijk inzicht

Joep Wissink (links) en ‘Krökke Jeu’ Janssen voor pension Wolters. Afbeelding: Piet Braem

Venlo / Hout-Blerick / Boekend / Steyl / Lomm / Tegelen / Velden / Belfeld / Blerick / Arcen -

Op de laatste vrijdag van maart zaten we samen in de Jacobskapel. Het DNA van het oudste deel van Q4 - dat tussen Bolwaterstraat en Peperstraat - stond centraal. Archeoloog Jacob Schotten sprak over het bodemonderzoek dat aan de bouw van de huizen is voorafgegaan. Het heeft tot een opmerkelijk inzicht geleid.

Tot nu toe werd aangenomen dat Venlo in de dertiende eeuw ontstond uit een handelswijk of havenkwartier ten zuiden van de Oude Markt, langs de Jodenstraat. We moeten deze visie bijstellen. Het Maasschriksel was al vroeger de locatie van deze oudste handelsnederzetting. Wanneer je aan de Maaskade of lage loswal staat en omhoog kijkt naar de Jacobskapel, begrijp je meteen waarom daar al in de twaalfde eeuw huizen werden gebouw. Je zat er hoog, maar vooral droog als Mooder Maas in het voorjaar buiten haar oevers trad. Veerhuis annex herberg De Staay, op de westelijke Maasoever, lag tegenover het Maasschriksel. Het was een overzetpost aan de belangrijke middeleeuwse handelsweg Den Bosch - Venlo - Keulen. Bij de opgraving in Q4 is een deel van deze weg teruggevonden. Nog een belangrijke reden om juist daar te gaan wonen en handel te drijven, was het gegeven dat er kwalitatief goed grondwater was en de putten bijna nooit droogvielen. Rondom de Sint-Martinuskerk lag een oudere agrarische nederzetting. Toen Venlo in 1343 stadsrechten kreeg, werden deze twee kernen juridisch samengevoegd en groeiden ze geleidelijk aaneen.

Bodemonderzoek van oudste deel Q4 leidt tot opmerkelijk inzicht
Archeologisch onderzoek tussen Maasschriksel en Maaskade, 2011. Foto: met dank aan Jacob Schotten

Met enkele oud-bewoners werden op deze vrijdagmiddag foto’s besproken van de buurt in de jaren vijftig en zestig. Het was de tijd dat deze heren nog ‘herfshane’ waren, de periode ook waarin begonnen werd met een rigoureuze sloop. De door de Tweede Wereldoorlog verwondde binnenstad van Venlo heeft nooit de mogelijkheid gehad te genezen. De bombardementen van oktober en november 1944 hadden de wijk grotendeels gespaard. Je zou dan denken, dat er extra zorgvuldig omgegaan zou zijn met de grote en kleine monumenten. Het tegendeel is helaas waar. Eén voorbeeld uit een lange, triest stemmende reeks. In het midden van de oostzijde van het Maasschriksel, bij de Van Liebergenplaats, stond een middeleeuws handelshuis, dat in 1951 onder slopershamer viel. Het was een groot pand, drie lagen hoog, onderkelderd en met een prachtig hoog tentdak. Het was met een dwarsmuur verdeeld in een achterhuis en voorhuis. Het achterhuis had nog zijn oorspronkelijke trapgevel. We citeren uit de Venlose Katernen nummer 3 over het pand: „Was het gespaard gebleven, dat was het nu een van de belangrijkste monumenten van Venlo.” Veelzeggend, toch?

Bodemonderzoek van oudste deel Q4 leidt tot opmerkelijk inzicht
Achterzijde middeleeuws handelshuis dat in 1951 onder de slopershamer viel als resultaat van ‘bestuurlijke bewustzijnsvernauwing’ Foto: Piet Braem

In de volle Jacobskapel luisterden we op die zonovergoten vrijdagmiddag over het Maasschriksel en Helschriksel, de Lichtenberg en Bergstraat van voor en tijdens de sloop van het architectonisch erfgoed. We deden dat aan de hand van een selectie foto’s uit de verzameling van Piet Braem, die in 1947 geboren werd aan de Maaskade. De verhalen van de vier oud-bewoners gingen er in als koek. Naast het geboortehuis van Piet Braem was een steegje met een trap naar het Maasschriksel. In het Venloos dialect heette die verbinding ’t Slangesträötje. De gemeentelijke straatnamencommissie, bedacht ooit een andere naam. Voortaan was het Bij de Wijnkoper. Tja. Kijkend vanaf de Maaskade via ’t Slangesträötje naar het Maasschriksel valt het oog op het huis van mevrouw Wolter. De dame hield pension en had enkele legendarische Venlonaren op kamers, onder wie Jeu Janssen, beter bekend als Krökke Jeu. De in Reuver geboren Janssen had als werknemer van een meelfabriek bij een bedrijfsongeval een been verloren. Als zelfstandig ondernemer verdiende hij daarna de kost met een groente- en fruitkraam voor het stadhuis.

Jeu hield van een glaasje en op weg van het café naar huis, passeerde hij het beeldje van Maria op de hoek van Helschriksel en Maasschriksel. Op die plaats rustte hij even uit, leunend op zijn krukken, waarbij hij tot Maria de legendarische woorden richtte: „U bent vol van genade, maar ik heb de tesse vol.” (wordt vervolgd).

Reageren? Stuur Sef Derkx een e-mail: floddergats@xs4all.nl. Op de Floddergatsblog (floddergatsblog.wordpress.com) plaatsen we een interessante serie historische kaarten, prenten en foto’s van het zuidelijk deel van Q4.

Volg nieuws uit jouw gemeente via Facebook

De Limburger heeft voor alle 31 gemeenten een eigen Facebookgroep met het laatste plaatselijke nieuws.

> Neem een kijkje