Notre-Dame: robuust symbool van middeleeuws geloof

Print
Notre-Dame: robuust symbool van middeleeuws geloof

Afbeelding: AFP

De Notre-Dame de Paris (vertaald: Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Parijs) is een in vroeggotische stijl opgetrokken kathedraal op het Île de la Cité, in het centrum van Parijs aan de oevers van de rivier de Seine.

De imposante, wereldberoemde kerk werd gebouwd tussen 1163 en 1345. De afgelopen eeuwen is het gebouw herhaaldelijk gerestaureerd. Vorig jaar begon de zoveelste opknapbeurt waar Frankrijk amper geld voor heeft.

Relikwieën

De robuuste kolos is één van de beroemdste historische gebouwen ter wereld. Niet alleen vanwege de architectuur, maar ook omdat volgens de overlevering in het godshuis drie relikwieën van Christus bewaard worden: de doornenkroon, een stuk uit het kruis en één van de nagels waarmee Christus gekruisigd zou zijn.

Op de plek van de Notre-Dame - een rooms-katholieke kerk en officieel het ‘huis’ van de aartsbisschop van Parijs, stond ooit een Romeinse tempel en vervolgens een vroegchristelijke basiliek. In de derde eeuw na Christus groeide het aantal christenen en pelgrims in Parijs fors, maar een groot middelpunt voor hun geloofsbelijdenis hadden ze eigenlijk niet. Uiteindelijk gaf Maurice de Sully, de bisschop van Parijs, pas vele eeuwen later de opdracht voor de bouw van een kathedraal. Dat zou zijn gebeurd in het jaar 1160. Drie jaar later legde de toenmalige paus Alexander III de eerste steen.

Bouw

De kathedraal werd in krap twee eeuwen tijd in fases voltooid. Eerst werd het koorgedeelte gebouwd en vervolgens het langgerekte middengedeelte en de zijschepen: de aangebouwde ruimtes aan weerszijden van het middenstuk. Omdat het gebouw hoog en imposant moest worden en absoluut niet in mocht storten werden aan de buitenkant steunbogen aangebracht: een in die tijd vernieuwende bouwmethode.

In 1200 werd de voorgevel gebouwd inclusief twee torens die 69 meter hoog zijn. Die werden echter na 1245 nooit meer afgebouwd en vormen nog altijd het beeld van de kathedraal die jaarlijks door miljoenen gelovigen en toeristen wordt bezocht. De vieringstoren (90 meter) hoog is wel voltooid.

Quasimodo

In 1345 was de Notre-Dame officieel klaar. Ruim vier eeuwen was de kerk het middelpunt voor de christenen in Parijs, maar circa vier eeuwen later veranderde dat tijdens de Franse revolutie. De kathedraal werd in 1792 gesloten en veel van de aanwezige kunstschatten werden gestolen of vernield. Ook het gebouw zelf raakte zwaar beschadigd. De kathedraal werd vele jaren later toch weer belangrijk voor de Fransen en werd in 1801 opnieuw gewijd voor het katholieke geloof.

De kathedraal werd pas echt beroemd door Quasimodo: een fictief, misvormd personage uit het boek De Klokkenluider van de Notre Dame van de Franse schrijver Victor Hugo (1831). Het verhaal gaat dat Hugo (1802-1885) zijn personage baseerde op een gehandicapte steenhouwer die hij tijdens bezoeken aan restauraties daadwerkelijk zou hebben gezien. Onderzoek heeft inmiddels aangetoond dat de betreffende steenhouwer echt heeft bestaan. Hij zou zelfs in dezelfde wijk als de schrijver hebben gewoond: Saint-Germain-des-Prés en mogelijk Trajin hebben geheten.

Noodklok

De aartsbisschop van Parijs luidde twee jaar geleden de noodklok over de Notre-Dame. De beroemde kathedraal was, zo benadrukte hij, in verval geraakt en voor de renovatie was de komende twintig jaar zeker 100 miljoen euro nodig. De Franse overheid heeft structureel 2 miljoen euro per jaar gereserveerd voor onderhoud aan het gebouw, maar dat is niet genoeg, zegt een woordvoerder van de Notre-Dame.

Voor vluchtige passanten valt het verval van de kathedraal niet echt op, maar experts weten wel beter. Wie beter kijkt ontdekt dat veel ornamenten aan de buitenkant met stalen banden zijn vastgezet. Op het dak en achter schuttingen op de begane grond lagen vorig jaar nog brokken van waterspuwers en andere beelden, terwijl stenen relingen hier en daar zijn vervangen door houten ballustrades.

Eigenaar

De Notre-Dame is eigendom van de Franse staat, het kerkbestuur is de huurder. Frankrijk - dat bijna 43.000 historische monumenten heeft waarvan er 9000 in erbarmelijke staat verkeren - heeft het budget voor restauraties in 2017 met 5 procent verhoogd, maar dat is lang niet genoeg om al het fraais te behouden voor komende generaties. Daarom heeft de Franse overheid een dringend beroep gedaan op particuliere investeerders en de kerkbesturen zelf.

De besturen is - ook in het geval van de Notre-Dame - gevraagd meer geld te vragen aan bezoekers. Dat gebeurt steeds meer. Het beklimmen van de toren van de Notre-Dame kost bijvoorbeeld 10 euro en een bezoek aan de voornaamste schatkamer de helft daarvan. De kerkbesturen willen de gebouwen zelf gratis toegankelijk houden voor gelovigen. ,,De kerk is van iedereen”, aldus de bisschop van Parijs.

Vorig jaar is het eerste deel van de grootscheepse opknapbeurt van de Notre-Dame begonnen, terwijl van de begroting nog maar een fractie binnen was. Reden om toch maar te beginnen: een absolute noodzaak. Als eerste werd de (nu ingestorte) torenspits aangepakt. Die zag er van buitenaf best goed uit, maar het lood bleek in slechte staat waardoor het onderliggende hout was gaan rotten. Philippe Villeneuve, de architect en leider van de renovatiewerken is in shock nu de kerk in brand is gevlogen en de vieringstoren ingestort. ,,Het is een catastrofe. Ik moet erom huilen. Ik kan me geen ergere ramp voorstellen”, reageerde hij maandagavond.

Notre Dame in vuur en vlam. Video: De Limburger