Basisinkomen zorgt voor stijging koopkracht

Print
Basisinkomen zorgt voor stijging koopkracht

Afbeelding: ANP

Een basisinkomen levert meer koopkracht op voor mensen met lage en middeninkomens. Dat berekende het Nibud, het Nationaal instituut voor Budgetvoorlichting, in opdracht van de Vereniging Basisinkomen.

Die vereniging noemt deze vorm van basisinkomen, oftewel een vast bedrag per maand voor iedere Nederlander en ieder huishouden ‘Basisinkomen 2.0’.

In Nederland is al enkele jaren discussie over de voordelen en haalbaarheid van het basisinkomen. Ook zijn er meerdere concrete plannen gemaakt. Zo stelde het burgerinitiatief Basisinkomen in 2018 voor om iedere Nederlander 1000 euro per maand te geven. Dit geld zou moeten komen uit verhogingen van btw-tarieven en belastingen.

Onderzoek

Tegenstanders van het basisinkomen verwijzen vaak naar dergelijke maatregelen, die er voor zouden zorgen dat de kosten van de invoering van het basisinkomen indirect weer op het bord van de bevolking terechtkomen. Hierdoor zou de algehele koopkracht afnemen.

Uit het onderzoek van het Nibud blijkt echter dat het invoeren van het basisinkomen voor een verhoging van de koopkracht kan zorgen. Als iedere volwassene maandelijks 600 euro ontvangt en ieder huishouden ook 600 euro krijgt, gaan bijstandsgerechtigden er tussen de 1 en 15 procent in koopkracht op vooruit. Voor mensen die het minimumloon verdienen, stijgt de koopkracht tussen de 15 en 50 procent. Modale inkomens krijgen tussen de 14 en 49 procent meer te besteden en bij huishoudens met tweemaal modaal stijgt de koopkracht tussen de 4 en 34 procent.

Volgens de Vereniging Basisinkomen is dit basisinkomen 2.0 te betalen door alle uitkeringen te verlagen met 1200 euro. Ook verdwijnen er banen bij de uitvoering van het sociale systeem, wat geld oplevert voor de overheid.

Finse proef

Ook in Finland deed men onderzoek naar de effecten van het instellen van een basisinkomen. Tweeduizend werkloze Finnen kregen twee jaar lang 560 euro per maand, ongeacht of ze werk vonden in die periode.

Het geschonken geld bleek een minimale invloed te hebben op de bereidheid om meer te gaan werken, maar zorgde wel voor meer geluk en meer gezondheid bij de proefpersonen.