‘Enkele grappen vielen in het diepe ravijn van een pijnlijke stilte, maar we kregen wél een staande ovatie’

Print
‘Enkele grappen vielen in het diepe ravijn van een pijnlijke stilte, maar we kregen wél een staande ovatie’

Afbeelding: De Limburger

COLUMN - Twee lessen die ik leerde tijdens theatertournees: er bestaat maandagavondpubliek, en er bestaat zaterdagavondpubliek, en die twee lijken in geen enkel opzicht op elkaar.

Tot ik de eerste keer in mijn leven op een maandagavond een theaterpodium opliep en opeens begreep dat ‘I Don’t Like Mondays’ niet voor niets een hit werd, dat veel mensen daadwerkelijk chagrijnig worden van het vooruitzicht aan nog vier lange dagen weer die collega’s om zich heen. Als je op maandagavond heel erg je best doet op een podium, zijn mensen wanneer ze de zaal verlaten net zo vrolijk als op zaterdagavond wanneer ze de zaal binnenlopen.

Les twee: Nederlands publiek bestaat niet. Er bestaat Limburgs publiek en Brabants publiek, Amsterdams publiek en Rotterdams publiek. Een cabaretier kreeg ooit in HP/De Tijd de vraag of het waar is dat Roermond het moeilijkste publiek van Nederland heeft. Hij antwoordde: alleen voor wie nog nooit in Hoorn heeft gespeeld.

Toen ik een paar jaar geleden een theatertournee deed met Nico Dijkshoorn, kwam hij als eerste op. Overal klonk dan een welkomstapplaus. Soms met luid gejoel (Breda), soms netjes ingehouden (Zwolle). Behalve in Hoorn; daar helemaal niet. Het statement luidde: laat eerst maar eens wat zien, dan beslissen we daarna wel of we er voor klappen. In Panningen vielen enkele grappen die elke avond, waar dan ook, een lach hadden opgeleverd, in het diepe ravijn van een pijnlijke stilte, maar daar kregen we wél een staande ovatie. Panningen had dus wél plezier gehad, maar dan ergens diep van binnen. In Rotterdam lijken binnenvetters juist schaars: wanneer je daar een vraag stelt aan de zaal, antwoordt de halve zaal, en een deel ervan zo gevat dat ze eigenlijk zelf op het podium horen.

Toen ik twee maanden geleden wist dat ik van Amsterdam naar Maastricht zou verhuizen, ging ik naar de Kleine Komedie om al alle kaartjes die ik nog had voor voorstellingen terug te geven. Al die voorstellingen bleek ik later dit seizoen ook in Limburg te kunnen zien. Ik was benieuwd of het verschil zou maken.

De nieuwe show van André Manuel zag ik hierdoor toevallig twéé keer: eerst voor een man of veertig in Heerlen, daarna voor ruim driehonderd in Amsterdam. Zowel Heerlen als Amsterdam lachten hard om Manuels gitzwarte humor, al liggen in Amsterdam grappen over Joden duidelijk gevoeliger: onder de lach hoor je altijd uit verschillende hoeken een ‘tss’- of ‘oei’-klank. Een paar weken geleden zag ik Kamagurka in Venlo. Die bleek in Limburg dermate niche, dat zowel artiest als publiek óp het podium mochten plaatsvinden. Het voelde als bezoeker als een luxe, als een privévoorstelling van een groot kunstenaar.

Daniël Arends is in Limburg dan weer net zo groot als in de Randstad: ik ging woensdag naar zijn nieuwe show, en het Theater aan het Vrijthof was uitverkocht. Toevallig had ik ongeveer de helft van de show al gezien als try-out in het Amsterdamse comedycafé Toomler.

Het viel me nu, in een Maastrichtse theaterstoel, pas op dat er wel degelijk een moeilijk benoembare afstand ontstaat wanneer alle stemmetjes en typetjes die je doet een Randstedelijk accent hebben. En dat een opmerking over “drie uur rijden hiernaartoe” anders voelt als je je aan het eind van die kennelijk lange rit bevindt. Het stond een staande ovatie overigens niet in de weg, en die werd ook veel sneller ingezet dan meestal in Amsterdam, waar iedereen altijd lijkt te wachten tot een ander als eerste opstaat.

Bij zijn try-out bestond mijn gezelschap uit een vrouw die een tijd met hem had gedatet. Dat was geëindigd op een terras, waar een vrouw naast ze kwam zitten die toevallig óók een ex-date van hem bleek. Zijn kordate voorstelrondje luidde het einde in, maar was ook een staande ovatie waard: “Eh, scharrel: scharrel.”

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf €4,50 per maand.

Bekijk de aanbieding →