Oud-militairen onderscheiden dankzij inzet van Roel Rijks

Print
Oud-militairen onderscheiden dankzij inzet van Roel Rijks

Roel Rijks en Michelle Schmieder vlak na het opspelden van de Koninklijke onderscheiding. Afbeelding: Facebook Roel Rijks

Heythuysen -

Geboren en getogen Heythuysenaar Roel Rijks (1984) zet zich al jaren in om oud-militairen – vaak postuum – de versierselen te bezorgen waar zij recht op hebben. Daarnaast is hij verbonden aan een aantal stichtingen die met elkaar gemeen hebben dat ze alle een connectie hebben met de Tweede Wereldoorlog en met de gevolgen van die strijd. Daags voor Koningsdag werd Roel Rijks voor zijn inspanningen geëerd en werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Hij kreeg het bijbehorend ‘lintje’ door Minister van Defensie Ank Bijleveld in Den Haag opgespeld.„De Tweede Wereldoorlog boeit mij al heel erg lang”, antwoordt Roel Rijks op de vraag waar zijn interesse voor die periode in onze geschiedenis door ontstaan is. „Mijn opa werd bij de kerkrazzia op 8 oktober 1944 meegenomen om in Duitsland gedwongen te gaan werken. Nadat hij teruggekeerd was, sprak hij weinig over die tijd en er was dus ook bij de familie amper iets over zijn ervaringen bekend. Ik wilde er echter meer van weten en ging op zoek naar informatie. Zo kwam ik bij het Bezoekerscentrum Leudal terecht en ik kreeg daar inzage in dagboeken van andere dwangarbeiders. Bij het doornemen daarvan sloeg de vonk bij mij over en ging ik mij steeds meer verdiepen in alles wat met deze oorlog te maken had. De verhalen van en over de mensen die de oorlog hier beleefd hebben of die later bij de politionele acties betrokken waren, boeien mij meer dan allerlei details rondom de strijd zelf. Gelukkig houden anderen zich daar wel intensief mee bezig.”

Jongeren

Er is veel belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog, ook bij jongeren. De generatie die het aan den lijve meemaakte, sprak er vaak niet veel over en hun kinderen accepteerden dat. „Ik ben van de derde generatie en ik merk dat net als ik, mijn leeftijdsgenoten wél weer veel vragen stellen en op zoek gaan naar antwoorden.” Wat dat betreft heeft de huidige generatie het ook gemakkelijk. Vele archieven zijn de laatste jaren goed toegankelijk geworden doordat ze gedigitaliseerd zijn. Dat maakt het zoeken veel minder tijdrovend en gezochte informatie sneller vindbaar.

Meer dan alleen namen

Roel: „Ik heb meegeschreven aan het boek ‘Meer dan alleen namen’. Dat boek bevat de levensverhalen van oorlogsslachtoffers van wie de namen op het vredesmonument in Heythuysen vermeld staan. Bij de research voor dit boek ontdekte ik dat er enkele namen ten onrechte niet vermeld waren en dat enkele militairen de onderscheiding waarop zij recht hadden vanwege hun deelname aan de strijd in voormalig Nederlands-Indië nooit ontvangen hadden. Ik heb daar toen werk van gemaakt en de versierselen werden later postuum aan hun families uitgereikt. Inmiddels hebben 160 mensen in totaal 282 onderscheidingen mogen ontvangen. Ik heb daarvoor het comité Ereschuld Onderscheidingen opgericht want dat klinkt bij het Ministerie van Defensie toch beter dan wanneer Roel Rijks uit Heythuysen belt. Het betreft veelal ex-KNIL-militairen. Onder deze groep heerst nog vaak veel verbittering over hoe Nederland met hen is omgegaan. Zij zien het ontvangen van een onderscheiding - ook al is het pas na zo’n lange tijd - vaak als een stukje genoegdoening.

Lancastercrash

Zijn bezigheden hebben persoonlijk veel voor Roel betekend. „Heel erg veel zelfs. Wie had kunnen denken dat een aanvankelijk verlegen jongetje nog eens in gesprek zou komen met allerlei hoogwaardigheidsbekleders. Mijn netwerk is enorm gegroeid en dat is ook heel welkom voor de andere stichtingen waarvoor ik mij inzet zoals de Stichting Herdenkingsmonument Militairen. Ook kwam ik door mijn bezigheden in contact met Ria Schmieder die zich intensief bezig houdt met de crash van een Lancaster bommenwerper in Heythuysen. Dat leverde héél veel op want Ria werd mijn schoonmoeder. Tja, en dan word je op je 34e tot Ridder benoemd…..Ik was totaal verrast. Wie had dat kunnen denken!”