’Het was rustiger geworden, op één boze geest na, maar die zat meestal een verdieping lager’

Print
’Het was rustiger geworden, op één boze geest na, maar die zat meestal een verdieping lager’

Afbeelding: De Limburger

Donderdag was ik in een poolcentrum in Haarlem, waar vroeger een opnamestudio zat. Ik interviewde er de voormalige platenbaas van de band Van Dik Hout, voor een tv-special.

Voor de crew arriveerde zaten wij aan de bar, en hij vertelde dat muzikanten hier vroeger aan en af liepen, en er ook geregeld bleven slapen. Ze hadden dermate vaak rare ervaringen tijdens die nachten, dat iedereen er van overtuigd raakte dat het spookte in het pand. Deuren waaiden dicht zonder wind, er klonken voetstappen op de trap terwijl er geen andere mensen in het pand waren. Hij kreeg er nog kippenvel van. De barman van het poolcentrum had zitten meeluisteren, en viel in: hij zat hier nu een paar jaar, en had precies dezelfde ervaringen. Mensen die aan de bar stonden en het opeens heel koud kregen. “Alsof iemand door ze heen liep.”

De barman was zelf paranormaal begaafd, vertelde hij, en had contact gezocht met de geesten. Hij had met ze gepraat, en ze verteld in deze bar plek was voor iedereen. Daarna was het rustiger geworden, op één boze geest na, maar die zat meestal een verdieping lager.

Het was lang geleden dat ik zoveel anekdotes hoorden waar ik zo weinig mee kon, maar ik ben dan ook paranormaal zwakbegaafd. Een studio is één groot magnetisch veld; daar zou ik eens beginnen met het zoeken van de uitleg. Maar ik was hier te gast, en voor de barman was dit duidelijk een even gevoelig als belangrijk onderwerp. Ik vind het onzin, maar iedereen heeft recht op zijn eigen hoeveelheid onzin.

De camera- en geluidsman kwamen binnen. Ze vielen in het gesprek, dat nog steeds ging over de geesten. De barman zei dat het niet klopte, die onverklaarbare geluiden. De cameraman grapte dat het dan in ieder geval geen klopgeesten waren, en ik zag dat hij nog een grap of tien uit dit repertoire op voorraad had. Maar ook hij had nu door dat dit niet het moment of de plek was voor deze grappen, noch het gezelschap.

Hierna reden we naar Amsterdam. In café Wildschut ontmoetten we de NRC-journalist die als eerste over Van Dik Hout schreef. Hij had zijn eerste interview en recensie bij zich. Uit zijn tas haalde hij een bruin, gebonden boek, waarin al zijn kaarsrecht uitgeknipte artikelen uit de krant van 1994 in chronologische volgorde waren geplakt. Op het boek stond het cijfer 9, het teken dat het onderdeel was van een groter archief.

Slechts twee keer in mijn leven heb ik zo’n keurig bijgehouden archief gezien. Het eerste bestond uit al mijn eigen verhalen, die mijn moeder uitknipte en bijhield. Het tweede waren de eerste archiefdozen die ik opende tijdens mijn research voor de biografie van de Vlaamse zanger Luc De Vos. Alle artikelen over zijn band Gorki, inclusief piepkleine aankondigingen in lokale weekbladen, met alleen maar de naam van de band en het tijdstip van het optreden. Allemaal uitgeknipt en ingeplakt. De archiefdozen die ik later opende, zag er totaal anders uit: niets meer geknipt, maar alles uitgescheurd. Nergens meer ingeplakt, gewoon allemaal in die doos gepropt tot hij vol zat, en op naar de volgende. Het enorme verschil had één verklaring, leerde ik al snel: de nette archieven had zijn moeder bijgehouden, de berg oud papier was van Luc zelf.

Ik zei tegen de NRC-journalist dat ik zelden zo’n net archief had gezien, en noemde de twee uitzonderingen. Hij glimlachte: dit had hij niet zelf gedaan, hoor. Dit waren de archieven die zijn vader nog voor hem had bijgehouden.

Geen betere archivaris van ons bestaan dan onze ouders, onze hoedende geesten.

Je las zojuist een gratis artikel


Niet alle artikelen zijn gratis, want zogeheten Plus-artikelen zijn alleen te lezen door abonnees. Zonder abonnees kunnen we namelijk geen betrouwbare regionale journalistiek maken. Je leest al onze artikelen vanaf €4,50 per maand.

Bekijk de aanbieding →