Leudal wil aantal standplaatsen voor woonwagenbewoners uitbreiden

Print
Leudal wil aantal standplaatsen voor woonwagenbewoners uitbreiden

In oktober voerden woonwagenbewoners in Heythuysen actie om de gemeente Leudal te bewegen meer standplaatsen te realiseren. Afbeelding: Jeroen Kuit

Heythuysen -

In de toekomst komen er meer standplaatsen voor woonwagenbewoners in de gemeente Leudal. Uiterlijk volgend jaar wil het college van B en W al vier standplaatsen realiseren op de locatie Molenzicht in Heythuysen.

In totaal is in de gemeente Leudal behoefte aan 35 nieuwe standplaatsen voor woonwagenbewoners, blijkt uit onderzoek door de gemeente. Behalve de vier plekken in Heythuysen wil de gemeente ook kijken of er in de periode 2021-2023 nog een keer vijftien plekken bij kunnen komen. Daarvoor is wel overleg nodig met de provincie, die zelf nog een onderzoek gaat uitvoeren.

Discriminatie

In oktober voerden woonwagenbewoners in het hele land, ook in Heythuysen, actie voor meer standplaatsen. Ze voelden zich gesteund door een uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens, dat in 2016 oordeelde dat gemeenten zich schuldig maken aan discriminatie door bewoners vele jaren te laten wachten op een standplaats of door het aantal standplaatsen af te bouwen. De uitspraak was voor Leudal aanleiding om nieuw woonwagenbeleid op te stellen.

Kosten

Op dit moment telt Leudal vijftig standplaatsen. De vier nieuwe plekken/woonwagens in Heythuysen gaan, als de gemeenteraad in juni akkoord gaat, de gemeente 755.000 euro kosten. Met de vijftien plekken die daarna gerealiseerd zouden worden is een bedrag van 2,5 miljoen euro gemoeid. Leudal gaat kijken of ook andere partijen, waaronder bewoners zelf, die kosten mee kunnen gaan dragen.

Toewijzingsbeleid

De gemeente laat weten dat het niet zo zal zijn dat inwoners die het langste op de wachtlijst staan als eerste in aanmerking komen voor een plaats. „ Het toewijzingsbeleid is aangepast en dat betekent dat we nu werken op basis van geïnteresseerden. Het gaat om wonen in familieverband, dus het is niet zo dat wie bovenaan staat op de lijst als eerste in aanmerking komt”, aldus een woordvoerder.