Ondernemers Maastricht willen langer gratis stallen van fiets bij station

Print
Ondernemers Maastricht willen langer gratis stallen van fiets bij station

Ondanks dat de ondergrondse fietsenstalling om de hoek ligt, zetten velen hun fiets op de stoep in omliggende straten. Zoals hier aan de Alexander Battalaan. Afbeelding: Johannes Timmermans

Maastricht / Itteren -

Ondernemers uit de binnenstadswijk Wyck pleiten voor het langer gratis stallen van fietsen in de ondergrondse stalling bij het station in Maastricht, om overlast van fietsen op stoepen tegen te gaan.

De ondernemersvereniging Ondernemend Wyck vermoedt dat veel studenten, die een weekend of langer naar huis gaan, hun fiets niet in de ondergrondse fietsenstalling bij het station neerzetten vanwege de kosten. De eerste 24 uur kan daar gratis geparkeerd worden. Daarna moet een dagtarief van 1,25 euro betaald worden. Het ‘oprekken’ van 24 uur gratis parkeren naar meer dagen zou een oplossing kunnen zijn, aldus Ondernemend Wyck.

Omliggende straten

De ondergrondse fietsenstalling bij het NS station opende begin vorig jaar. Desondanks bleven veel mensen fietsen neerzetten op het plein. De gemeente is vanaf oktober begonnen met het dagelijks verwijderen van fietsen op het plein voor het station. Het probleem met lukraak gestalde fietsen verplaatste zich sindsdien naar omliggende straten in Wyck.

Ondernemend Wyck bepleit ook een goedkoop abonnement voor bewoners die hun fiets niet achter de eigen voordeur kunnen parkeren. Een lager tarief zou hen kunnen overhalen om hun fietsen ondergronds te stallen. Het reguliere jaartarief voor een abonnement is 75 euro.

Personeel

De vereniging verzoekt het personeel van Wyckse ondernemers inmiddels om hun fiets overdag in de ondergrondse stalling te parkeren. „Omdat dit toch de eerste 24 uur gratis is”, aldus Hans Bours, voorzitter van Ondernemend Wyck, dat het voorstel binnenkort met de gemeente wil bespreken. Wethouder Gert-Jan Krabbendam wil graag in gesprek. „Ik wil met Wyck onderzoeken waar behoefte aan is en horen welke bijdrage zij kunnen leveren.”