Nederlands leren door het gewoon te doen in het Taalcafé Oirsbeek

Print
Nederlands leren door het gewoon te doen in het Taalcafé Oirsbeek

Anderstaligen leren Nederlands in gesprek met vrijwilligers. Afbeelding: Marianne Eussen

Oirsbeek -

Dank zij vier initiatiefnemers kunnen volwassen anderstaligen in Oirsbeek en omgeving op een laagdrempelige manier Nederlands leren door in gesprek te gaan met een vrijwilliger. Elke eerste en derde maandagavond van de maand vanaf 19.00 uur is het Taalcafé Oirsbeek geopend in de Schepenbank. Ton Horsten: “Uit ideële overwegingen ben ik ooit begonnen met lesgeven aan een jongen uit Sudan. Die heeft nu een baan in de ouderenzorg. Jo en Tinie Lintzen vertelden over een taalcafé in Gulpen en dat inspireerde ons om dat hier ook te organiseren.” Afgelopen januari vierde Taalcafé Oirsbeek zijn vijfjarig bestaan.

“Wij bieden een aanvulling op de basiskennis die mensen krijgen bij de inburgeringscursussen,” leggen Ton Horsten en Tinie Lintzen uit. “Hier zijn het geen lessen, maar gesprekken van mens tot mens, net zoals in een café,” zegt Horsten. Per avond zijn er gemiddeld tien tot vijftien deelnemers die vaste vrijwilligers hebben.

“De vrouwelijke cursisten werken het hardste,” glimlacht Ton Horsten. “Zij hebben ofwel in het thuisland gestudeerd of ze mochten dat juist niet. In beide gevallen willen ze nu veel leren om zich hier te kunnen ontplooien,” verklaart Tinie Lintzen. “We willen anderstaligen een kans bieden om hier een bestaan op te bouwen. Daarom willen we hen stimuleren om ook in hun nieuwe land Nederlands te praten, met elkaar en hun kinderen,” zegt ze.

Vrijwilligster Elly was vroeger juf op een basisschool. Ze begeleidt een Syrisch echtpaar dat vijf maanden in Nederland is.

“Het is mooi om iemand iets te leren, hoewel het moeilijk is om elkaar te begrijpen. Gelukkig vertaalt mijn smartphone moeiteloos Nederlandse teksten in het Arabisch,” vertelt ze.

Het echtpaar kan al zelfstandig boodschappen doen en de Nederlandse taal “begrijpen ze een heel klein beetje.” Handgebaren en een lesboek zijn nog nodig. “Het Nederlands is gewoon lastig omdat onze taal vaak meer betekenissen per woord heeft. Ook is de juiste woordvolgorde vaak een puzzel,” zegt Elly.

Vrijwilliger Aniek: “Wat voor ons vanzelfsprekend is, is voor hen lastig te begrijpen. Ze schrijven ook nog niet van links naar rechts.” Aniek beaamt dat ze in het begin ook de neiging had om met anderstaligen Engels te gaan praten, maar dat dat vaak geen soelaas bood.

“Om alle anderstaligen in onze nieuwe gemeente te kunnen helpen, zouden meer taalcafés een oplossing zijn. Het lukt de deelnemers logistiek gezien niet allemaal om naar Oirsbeek te komen. Nieuwe vrijwilligers, ook voor Oirsbeek, zijn van harte welkom,” vertelt initiatiefnemer Ton Horsten. “Een taal (aan-)leren verbreedt van beide kanten de horizon,” zegt hij enthousiast. “We leren van elkaars cultuur en wij leren hen onze taal en maatschappij kennen.”

Huub is taalvrijwilliger geworden omdat hij als chauffeur op de wensbus “wat meer diepgang zocht als anderstaligen met me meereden.” Fer werkt vanaf 2017 mee in het taalcafé. Beiden zijn druk in gesprek met Hossen, die in zijn thuisland Syrië keramiekverkoper was. Met zijn vrouw woont hij nu drie jaar in Nederland. Een lesboek als hulp bij de gesprekken is niet meer nodig. In goed Nederlands vertelt Hossen: “Nederlands heb ik geleerd door het gewoon te doen. Ook kreeg ik hier sollicitatietips, heel waardevol voor mij.”