Jo Palmen verliest principiële bestuursrechtszaak

Print
Jo Palmen verliest principiële bestuursrechtszaak

Jo Palmen in de raadszaal in Brunssum. Afbeelding: Luc Lodder

Brunssum -

Jo Palmen uit Brunssum heeft bij de Raad van State een principiële rechtszaak verloren over een besloten raadsvergadering in 2017. Die raadsvergadering is op Palmens verzoek gehouden maar zijn agendapunten zijn daarin niet behandeld. Dat moet hij via de politiek regelen, niet via de bestuursrechter, vindt de Raad van State.

De raadsvergadering vond in mei 2017 achter gesloten deuren plaats. Palmen was toen nog geen wethouder, zoals nu, maar gemeenteraadslid en voorzitter van de fractie BBB/Lijst Palmen. Hij had samen met andere raadsleden verzocht de vergadering te houden om daar het geschil tussen hem en de gemeente Brunssum over een grondstuk te bespreken.

Frustratie

Tot frustratie van Palmen is de vergadering weliswaar gehouden maar is zijn agendapunt niet behandeld, omdat toenmalig burgemeester Luc Winants en de meerderheid van de gemeenteraad de agenda hadden aangepast.

Palmen is daarop naar de bestuursrechter gestapt omdat hij een principiële uitspraak wilde over de vraag of Winants en de gemeenteraad een zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd besluit hebben genomen. Als hun handelwijze geoorloofd is, dan vreest Palmen dat een minderheid in de gemeenteraad haar werk niet naar behoren kan doen.

Democratisch

De rechtbank Maastricht heeft vorig jaar gesteld dat Palmen zijn probleem langs de politieke weg moet oplossen en dat de bestuursrechter zich niet kan en mag mengen in een politiek en democratisch proces. De Raad van State sluit zich daar nu bij aan, zo blijkt uit de uitspraak in hoger beroep. Een principiële uitspraak wil het hoogste bestuursorgaan niet doen omdat Palmen geen actueel en reëel belang meer heeft bij het hoger beroep.

Palmen vindt echter dat de politieke weg doodliep, omdat de meerderheid in de gemeenteraad de inhoudelijke behandeling tegenhield, de burgemeester daar niet tegen optrad en ook de gouverneur verder niets ondernam. Welke politieke instrumenten blijven dan over, vraagt Palmen zich af.