Mumford & Sons doet verlangen naar een échte headliner

Print
Mumford & Sons doet verlangen naar een échte headliner

Mumford And Sons Afbeelding: Harry Heuts Photography

Landgraaf / Schaesberg / Nieuwenhagen / Rimburg -

RECENSIE - Mumford & Sons als dagafsluiter: menigeen had op een grotere naam gehoopt. Wisten de voormalige folkies de critici de mond te snoeren?

Laten we elkaar geen mietje noemen: Mumford & Sons is een excuus-headliner. Als alle triple A-artiesten niet willen, niet kunnen of te duur zijn, kom je als festivalorganisatie vanzelf uit bij een vijvertje vol Plan B’s, waar ook bandjes als The Killers en Kings Of Leon in rondzwemmen. Geen dagafsluiters die de tongen losmaken of de kaartverkoop een boost geven, maar je komt ermee weg. Dat je moet teruggrijpen op acts van dit kaliber voor een jubileum-editie als deze, is niettemin nogal pijnlijk. De mensen hoopten op The Boss, Metallica of The Police, maar kregen Marcus Mumford en een banjo. Dat valt dan toch een beetje tegen.

Loepzuiver

Daar kan de band zélf natuurlijk niks aan doen. Ze hebben zichzelf immers niet bovenaan het affiche gezet, dat deed Pinkpop. Voor Mumford & Sons zit er derhalve niks anders op dan spelen alsof de stukken eraf vliegen en te bewijzen dat ze die headlinerspot dubbel en dwars waard zijn. De critici de mond snoeren, heet dat. Of dat gelukt is? De voorste rijen zullen heel hard ‘ja’ knikken. Maar de rest? We beginnen met een positieve noot: wat een lekkere stem heeft die Marcus Mumford, zeg. Loepzuiver met een mooi randje. Zijn ‘zonen’ hebben ook op muziekles gezeten. Het klinkt allemaal als een klok. So far, so good.

Troeven

Maar goed uitgevoerde liedjes rechtvaardigen nog geen status als dagafsluiter. Daar is toch iets meer voor nodig. Een paar hitknijters, bijvoorbeeld. Daar heeft Mumford & Sons er wel degelijk een paar van. Alleen: de heren vonden het blijkbaar nodig om ze bijna allemaal achter elkaar op te roken. ‘Guiding Light’, ‘Little Lion Man’, ‘The Cave’, ‘Lover Of The Light’, ‘Believe’: nog voordat de set het eerste halfuur had aangetikt, waren deze troeven al uitgespeeld. En heel veel had Mumford & Sons verder niet meer achter de hand. Ze heten immers geen Springsteen of McCartney. Het gevolg? Bijna al het kruit was al halverwege verschoten. Voor velen een uitstekend moment om alsnog die laatste trein te halen.

Rasmuzikanten

Je moet het ze wel nageven, Mumford en zijn maatjes: ze deden er álles aan om een waardige headliner te zijn. Bezieling, vuurwerk, een oprechte liefdesverklaring aan Pinkpop. De mannen haalden feitelijk alles eruit wat erin zit. Wat echter wringt is dat het nergens, nou ja, wríngt. Het schuurt niet, het vonkt niet, het is volstrekt ongevaarlijk allemaal. Zet een plaat van Mumford & Sons op bij je oma en ze zal het fijne muziek vinden, als je het maar niet te hard zet. Het ontbreekt de band simpelweg aan verrassing, aan tegendraadsheid, aan memorabele momenten. Wat rest is een groepje rasmuzikanten dat ontzettend mooie liedjes maakt. En dat is precies wat we op deze zaterdagavond zagen. Voor de fans vooraan was dat meer dan genoeg. De rest verlangde naar een échte headliner.