‘Limburgers slikken hun kaartje nog liever door dan het in de uitverkoop te doen’

Print
‘Limburgers slikken hun kaartje nog liever door dan het in de uitverkoop te doen’

COLUMN - Toen ik bijna op het Pinkpopterrein was, zag ik hem staan. Het kartonnen bordje in zijn hand, ‘KAARTJE GEZOCHT’ er in slordige viltstift-letters opgeschreven.

Hij stond om de hoek bij de kassa, waar gewoon nog kaartjes te koop waren. Maar hij was geen fan, hij was een handelaar. Een beetje concertganger herkent kaarthandelaren meteen in een festivalmenigte, zoals iedereen die wel eens snuift of een pilletje neemt, op een feestje meteen weet wie de dealer in het gezelschap is.

Handelaren vrágen kaartjes, die ze kopen, zodat ze uiteindelijk alle kaarten in handen hebben, en dan de prijs kunnen opdrijven. Dat onverbiddelijke marktmechanisme werkt alleen bij uitverkochte concerten. Om handelaren bij concerten die niét uitverkocht zijn geraakt, moet ik altijd een beetje lachen: ze hebben gegokt, en nu staan ze hier een beetje lullig met zo’n bordje als bewijs van de verkeerde gok.

Ik passeerde hem, en hij vroeg “Tickets?”. Niet specifiek aan mij, aan niémand in het bijzonder. Toen ik een paar jaar geleden door Bangkok liep, zat een man op een krukje voor een massagesalon te slapen. Net voor ik hem passeerde, schrok hij op, vroeg met een luide, geknepen stem ‘Massage?’, en sliep vervolgens meteen weer verder. Deze tickethandelaar zat weliswaar niet op een krukje, maar hij sliep rechtop.

Eigenlijk bevindt hij zich in dezelfde hoek als de videotheekhouder en de reisagent, dacht ik: die van uitstervende geldwinningen. Concertkaartjes koop je over via een app als TicketSwap, waar kaartjes voor concerten die niet zijn uitverkocht en waar veel mensen kaartjes voor verkopen, de uren voor aanvang in prijs kelderen. In de jaren dat ik in Amsterdam woonde, fietste ik geregeld naar de concertzaal, en kocht ik daar een half uur voor aanvang via die app een kaartje over van iemand die dacht: ik kan vanavond niet, dan maar wat verlies maken en het in ieder geval verkopen.

Ik liep de tickethandelaar voorbij en werd opeens nieuwsgierig hoeveel digitale concurrentie hij had. Hoeveel mensen met een Pinkpop-kaartje gingen toch niét, en besloten hun kaartje dan maar voor een dumpprijs van de hand te doen? Ik opende de app. Er werden inderdaad veel kaartjes aangeboden. Maar het opvallend was: niet onder de kostprijs. Soms zelfs erboven. Alsof je een tweedehands auto aanbiedt boven de nieuwprijs.

Het cliché wil dat Limburgers bescheidener zijn dan Amsterdammers, minder bravoure hebben, zichzelf eerder kleiner maken dan groter. Zoals alle clichés zit daar wat in. Maar nu bleek: niet als het om hun concertkaartjes gaat. De Amsterdammer die niet naar een concert kan, denkt: nou vooruit, dat geld ben ik toch al kwijt, liever nog een paar tientjes terugverdienen en iemand anders blij maken dan helemaal niks. Zo niet de Limburger, leerde ik nu.

De Limburgse instelling is blijkbaar: het kaartje kostte mij honderd euro en jou dus ook, vriend. Liever al mijn geld kwijt, dan mijn trots! Limburgers slikken hun kaartje nog liever door dan het in de uitverkoop te doen. Alles of niks.

Toen liep ik het veld op, gevuld met al dat trotse volk.

Volg alles over Pinkpop 2019

> delimburger.nl/pinkpop