Minstens één leven gespaard door haperend wapen van Gökmen Tanis

Print
Minstens één leven gespaard door haperend wapen van Gökmen Tanis

Bij de tramaanslag in Utrecht op 18 maart is minstens één leven gespaard doordat het wapen van verdachte Gökmen Tanis haperde. Tanis hield zijn semi-automatische vuurwapen op korte afstand op een passagier gericht en wilde vuren, toen het wapen dienstweigerde. Daarna verliet hij de tram, herlaadde zijn wapen en opende opnieuw het vuur.

Meerdere opsporingsbronnen die betrokken zijn bij onderzoek Oktober (zoals het onderzoek naar de tramaanslag heet) bevestigen aan deze krant dat het wapen van Tanis haperde. De passagier op wie Tanis zijn wapen gericht hield toen het haperde, was een man die op weg was naar zijn eerste werkdag bij de enorme fietsenstalling van NS op Utrecht CS. Hij was in dienst bij Rataplan, een organisatie die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt weer aan het werk probeert te helpen. Tot een werkdag in de fietsenstalling is het nooit gekomen. De man is door de gebeurtenissen in de tram zwaar getraumatiseerd. Rataplan bevestigt dat de man inmiddels niet meer voor Rataplan werkzaam is.

Tramaanslag

Bij de tramaanslag kwamen in totaal vier mensen om het leven en raakten twee mensen zwaargewond. Maandag 1 juli start de rechtszaak tegen Tanis.

Lees ook: Inbraak in politiebusje tijdens reconstructie tramaanslag Utrecht

Tanis opende op 18 maart in een tram die onderweg was naar Utrecht CS ter hoogte van halte 24 Oktoberplein het vuur op de passagiers van het achterste gedeelte van de tram. In een tijdsbestek van nog geen halve minuut schoot hij drie mensen dood. Toen Tanis zijn wapen op korte afstand richtte op een nieuw slachtoffer en vuurde, weigerde het. Ondertussen hadden trampassagiers al aan de noodrem getrokken en was de tram tot stilstand gekomen, midden op het 24 Oktoberplein. Nadat de deuren openden, sprong Tanis uit de tram, herlaadde zijn wapen en opende het vuur op automobilisten. Hierbij kwam nog een persoon om het leven.

Briefje

Uiteindelijk stapte Tanis in een auto die door een gevluchte automobilist was achtergelaten en ging er vandoor. Deze is later een paar kilometer verderop gevonden in de wijk Ondiep. Op het dashboard, rechts naast de bestuurdersstoel, zat pontificaal een briefje geplakt. Daarop stond een handgeschreven tekst, bevestigen ooggetuigen en onderzoeksbronnen: ‘Voor mijn moslimvrienden. Allahu Akbar’. Voor het OM is deze tekst een van de redenen te denken dat Tanis een terroristisch motief had. De boodschap was geschreven op een brief van het Openbaar Ministerie, gericht aan Tanis. In de brief schrijft het OM dat de verkrachtingszaak waarin hij verdachte is in de zomer van 2019 zal plaatsvinden bij de rechtbank in Utrecht. Justitie verdenkt hem ervan dat hij in juli 2017 zijn ex-vriendin heeft verkracht. P4