‘In chauvinisme overtreffen Fransen zelfs Amsterdammers en Maastrichtenaren’

Mijn opa was taxichauffeur in Geleen. Ik denk wel eens dat hij tot de laatste generatie taxichauffeurs hoorde die niet vooral klaagde, maar het liefst verhalen vertelde in zijn auto, en verhalen hoorde van passagiers, zodat hij ze later weer verder kon vertellen, al dan niet een beetje aangedikt.

Leon Verdonschot

Zaterdag zat ik in een taxi in Parijs. Mijn taxichauffeur was Indiaas, en vond Fransen het domste volk waar hij ooit tussen had gereden. ‘They’re like stones, they have no brains.’ Hij had in Duitsland gereden, daar hield iedereen zich aan de verkeersregels. Hij had in Engeland gereden, daar eveneens. En toen kwam hij in Parijs.

Zelfs in Amsterdam vond hij verkeersdeelnemers gedisciplineerder, zei hij, en hij leek zich zeer bewust van de sterkte van dat statement. Elke keer als een voetganger door rood liep, een fietser uit het niets vlak voor zijn auto opdook, een automobilist hem níét liet invoegen of er weer een iemand op een step voorbij flitste, keek hij met de moedeloosheid van een man die weet dat alle hoop is verloren.

En dan moest hij ook nog de hele stad door omrijden, omdat overal wegblokkades waren opgeworpen door zwaarbewapende politie-eenheden. De reden: de zoveelste demonstratie van de gele hesjes. Ik was ze al een beetje vergeten, omdat ze in Nederland nooit die stille meerderheid namens wie ze zeggen te spreken daadwerkelijk naar de Erasmusbrug of naar Plein 1992 wisten te krijgen. Maar in Frankrijk blijft het altijd een beetje mei ’68, dus bij de tolpoortjes stonden ze zaterdagochtend al. Ze hadden de slagbomen gesaboteerd, zodat alle automobilisten gratis Parijs binnen konden rijden. Gratis geld is nog steeds het beste recept voor applaus.

Naar Zénith moest ik, de concertzaal die vanavond een vechtsportpaleis was. Cédric Doumbé, geboren in Kameroen en nu de vechtsportheld van Parijs, moest vanavond zijn titel verdedigen. Doumbé is kickbokser en stand-upcomedian, en soms beide tegelijk. Hij staat zó ontspannen in de ring dat hij nog ruimte vindt om grappen te maken terwíjl hij zijn opponent de ring doorjaagt. Bij zijn vorige partij dacht hij zijn tegenstander knock-out te hebben geslagen en rende hij de ring uit, om in de zaal met zijn moeder te dansen. Maar op de negende tel stond zijn tegenstander weer op, terwijl Doumbé ergens ver weg in de zaal stond. „What an idiot!” schreeuwde de commentator. Doumbé rende terug naar de ring, sprong over het touw, sloeg zijn tegenstander nu écht knock-out, en kon alsnog zijn moeder omhelzen.

Op zijn moeder zoomde de camera’s zaterdag in tijdens zijn opkomst. Ze keek zoals alle moeders kijken wanneer hun kind de ring in gaat, of dat kind nu zes is en zijn eerste partijtje vecht, of 26 en zijn titel verdedigt.

De hele zaal was hartstochtelijk voor Doumbé. Uiteraard: in chauvinisme overtreffen Fransen zelfs Amsterdammers en Maastrichtenaren. Nog geen zes minuten duurde het, voor de zaal kon meejuichen en -springen met zijn moeder: Doumbé sloeg zijn tegenstander knock-out en liep van hem weg met een loopje dat zó perfect triomfantelijk was, dat hij het bijna geoefend moet hebben.

Toen ik de zaal uit wandelde, was het buiten nog licht. Ik hoorde muziek. Vrijwel naast de zaal bleek een openlucht dansvloer, waar tientallen mensen stonden te dansen. Alle terrassen zaten vol. Langs het water aan de overkant van de cafés zaten overal groepjes mensen op dekens, met eigen drank en eten. Op íéder dekentje lag een stokbrood, kaasjes en een fles wijn.

Iedereen hier speelde in zijn of haar eigen Franse romantische film. Zo cliché dat het weer aandoenlijk werd, vond ik. Al had mijn taxichauffeur daar vast een scherper oordeel over.

Meer lezen?

Nieuwe actie: Één jaar toegang tot alle Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Daarmee lees je dagelijks meer dan 100 nieuwe Plus-artikelen op onze site & app. Of kies voor een van onze andere abonnementen.

Ik word digitaal abonnee