‘Ik krijg uitslag van al die Amerikaanse toestanden rond de geboorte van een baby’

Print
‘Ik krijg uitslag van al die Amerikaanse toestanden rond de geboorte van een baby’

Afbeelding: Peter Schols

BLOG - Als je zwanger bent, heb je genoeg gespreksstof. Er moet van alles worden geregeld voor het hummeltje dat in je buik groeit; kinderopvang, verlof, de babyuitzet, geboortekaartjes, kraamzorg en de erkenning van het kind. Zo ook of je kiest voor A: kraamvisite, B: een babyborrel of C: een combinatie van beide.

„Ik vind dat we een babyborrel moeten doen”, zegt de vriend. De vriend krijgt niet de mogelijkheid argumenten te geven. „Ik niet”, hoor ik mezelf zeggen. Ik vertel dat ik luieruitslag krijg van al die Amerikaanse toestanden rond de geboorte van een baby. „Leuk hoor, een babyborrel, terwijl de vrouw die al het werk moet doen een TENA Lady ter grootte van een landingsbaan in haar broekje draagt, vulkanische borsten heeft en na negen maanden nog steeds veroordeeld is tot flesjes 0.0.”

Nadat ik de vriend heb uitgelegd dat vrouwen die borstvoeding willen geven alcoholconsumptie nauwkeurig moeten plannen (informatie die ik tot voor kort ook niet wist), kan ik rekenen op begrip.

In elk geval een beetje.

Eenrichting

„Maar lieverd, hoe zie je dat dan voor je? Al die keren dat mensen op kraambezoek willen komen; onze families, vrienden, collega’s…Tel eens uit op hoeveel avonden jij ook met flesjes 0.0 op de bank zit. We kunnen toch beter een babyborrel doen en deze mensen in één keer ontvangen? Maken we er meteen een housewarming van.”

Uiteraard ga ik niet tellen. Ook niet tot tien. Een goede relatie kenmerkt zich door wederzijds begrip. Als één van de twee zwanger is, kenmerkt een goede relatie zich tot eenrichtingsbegrip. Kortom: er is enkel begrip voor de vrouw die het kind draagt. Alles wat de andere partij zegt, is, A: irrelevant, B: niet waar of C: poep. Een combinatie van A, B en C is ook mogelijk.

„Als jij de babyborrel pas wil doen als het kind zijn eigen schoenen kan strikken, vind ik het prima. Dan ben ik niet langer een melkveebedrijf, mag ik weer een borrel en hoef ik niet bang te zijn dat de boel daarbeneden knapt als ik moet niezen.”

De vriend zucht - het teken dat hij zich realiseert dat ik gelijk heb. Of ieder geval: dat hij aan het kortste eind trekt. Een prettige gewaarwording. Het is niet nodig om mijn betoog kracht bij te zetten door het gebruik van termen als ‘inscheuren’, ‘tepelkloven’ en ‘kraamtranen’.

„Fijn dat je zo begripvol bent”, zeg ik. „Wanneer zullen we onze ouders, broers en zussen uitnodigen om het geslacht van de baby bekend te maken?”