Directeur Overloon: ‘Oorlogsmuseum bij hitte ondergronds’

Print
Directeur Overloon: ‘Oorlogsmuseum bij hitte ondergronds’

Voor wie in alle rust wil kijken: als het warm is, is het minder druk in het museum. Afbeelding: Ed van Alem

Overloon -

Als de zomers in de jaren die volgen steeds weer langdurige hitte brengen, dan moet Oorlogsmuseum Overloon serieus kijken naar manieren om bezoekers te trekken. Feit is dat die bij hitte wegblijven. Een manier is, volgens museumdirecteur Erik van den Dungen, om ‘ondergronds te gaan’: de collectie onderbrengen in de kelders waar het een stuk koeler is.

Hoe hij nu met temperaturen van boven de 35 graden bezoekers trekt? ,,Dat ga ik niet eens proberen. Mensen zijn welkom, we zijn open. Maar we zijn een klein museum zonder airco. Ik ben nu eerder aan het denken hoe ik mezelf op tijd bij het zwembad kan krijgen.”

Bij de langdurige hitte vorig jaar lieten bezoekers het in juli afweten. De daling van 7 procent van het totaal aantal bezoekers ten opzichte van een jaar ervoor werd helemaal toegeschreven aan die warme julimaand. ,,Ik kan me dat voorstellen. Het wordt hier geen 30 graden, maar koeler dan 23 graden krijg je het hier ook niet. Ik kan me voorstellen dat mensen dan zeggen: ‘Ik ga liever zwemmen’. Daar houden we in onze calculatie rekening mee.”

Strategische uitdaging

Met één of twee warme zomers is er volgens Van den Dungen geen reden voor paniek. ,,Ga je structureel naar temperaturen van 35 graden, dan moet je iets. Dan kom je voor een strategische uitdaging te staan.”

Dan moeten plannen uitgedacht worden, waarvan het ondergrondse gedeelte van het museum deel uit kan maken. ,,Onder de grond is het redelijk koel. Dat deel gebruiken we nu als opslagruimte, maar je zou er ook tentoonstellingsruimte van kunnen maken.”

Nog een optie: airco. Daar is de directeur niet echt voorstander van. Voor de hallen is volgens hem namelijk ‘wel erg veel airco nodig’. ,,Ook al hebben we drieduizend zonnepanelen op het dak waar die op zou kunnen draaien.”