Lezing focust op laatste Nederlandse walvisvaarders

Print
Lezing focust op laatste Nederlandse walvisvaarders

Walvisvaarders in actie. Afbeelding: Cees Soepboer

Maastricht / Itteren -

Anne-Goaitske Breteler, auteur van de Traanjagers, verzorgt zondag 18 augustus om 14.30 uur een lezing in het Natuurhistorisch Museum Maastricht rond het boek de Traanjagers. Een boek vol herinneringen van naoorlogse walvisvaarders.

Anne-Goaitske Breteler beschrijft de expedities tussen 1946 en 1964. Deze lezing is onderdeel van de grote Walvisdag in het museum. De walvisvaarders waren helden tijdens de wederopbouwjaren in de vorige eeuw. Nederland had net na de Tweede Wereldoorlog een groot tekort aan vetten en oliën. Via de walvisvaart, die nieuw leven werd ingeblazen, kwamen er tonnen walvistraan naar Nederland. De traan die werd gekookt uit de blubber van een walvis stond gelijk aan de jaarlijkse vetproductie van 275 koeien.

Zestig jaar later zwijgen de meeste walvisvaarders over het werk dat ze ooit deden en over hun avontuurlijke reizen naar de Zuidpool. Het imago van de walvisvaarders is omgeslagen. Van helden veranderden ze in moordenaars van een beschermde diersoort.

‘Er rust een taboe op’, zegt studente Anne-Goaitske Breteler (22). Zij heeft de vergeten geschiedenis opgediept voor haar boek De traanjagers. “Het was hard werken aan boord. Soms moesten er wel 90 walvissen bewerkt worden”, zegt Breteler. “Aan boord zaten veel Friezen. Die hadden het imago dat ze niet vies waren van hard werken.’’

De arbeidsomstandigheden waren rauw en hard. “Een echtgenote zei over haar man: als hij thuis kwam stonk hij wekenlang naar traan. Op het dek lagen resten van de walvissen te rotten. Die geur was geen pretje.”

Over Anne- Goaitkse

Anne-Goaitske Breteler is in Noordoost-Friesland geboren en opgegroeid. Voor ze in Amsterdam Culturele Antropologie en Publieksgeschiedenis ging studeren had ze een bijbaantje in walvisvaardersafé De Bûnte Bok in het Friese dorpje Lioessens. Oud-walvisvaarders kwamen daar aan de stamtafel hun herinneringen ophalen en aan de muren hingen objecten die aan die tijd refereerden: snijmessen, potvistanden, een opgezette albatros. Als tiener raakte Breteler geïntrigeerd door die objecten en verhalen, de mannen en hun bijnamen. Het werd het begin van een onderzoek naar wat de mannen bond, de naoorlogse walvisvaart. Ze bezocht de walvisvaarders thuis en tekende hun verhalen op.

Tentoonstelling Walvis-Vindplaats maastricht

Jaren lagen ze achteloos in een vitrine in het Natuurhistorisch Museum Maastricht: een aantal gebroken walviswervels en -ribben. Ze werden in 1979 gevonden in de voormalige Enci-groeve in de Sint-Pietersberg in Maastricht. Pas in 2014 stelde een onderzoeksteam de ouderdom van de ‘Enci-walvis’ vast: Laat-Eoceen, met andere woorden tussen 37 en 33 miljoen jaar oud. Een bijzondere vondst, want in Europa zijn maar weinig Eocene walvisresten bekend. De wervels en ribben van de ‘Enci-walvis’ vormen het middelpunt van de expositie ‘Walvis – Vindplaats: Maastricht’.

De tentoonstelling ‘Walvis – Vindplaats: Maastricht’ wekt zowel moderne walvissen als de ‘Enci-walvis’ tot leven. Voor de lezing en expositie geldt de reguliere entree. Aanmelden voor de voordracht via e-mail museum@maastricht.nl

Mogen we even je aandacht.
Dit is een artikel van De Limburger dat gratis beschikbaar is voor iedereen. Dat geldt niet voor alle artikelen, want zogeheten Plus-artikelen zijn exclusief voor onze abonnees. Zonder abonnees kunnen wij namelijk geen Limburgs nieuws maken. Kies voor goede en betrouwbare regionale journalistiek in Limburg, met liefde en passie gemaakt.

Er is al een abonnement voor 7,50 per maand.

Bekijk abonnementen