Walhalla voor liefhebber van trappistenbieren en andere kloosterproducten

Print
Walhalla voor liefhebber van trappistenbieren en andere kloosterproducten

Het paradijselijke terras van Café-Restaurant Oelespot met ingang naar de abdijwinkel. Afbeelding: Pieter Duijf

Tegelen -

In het grensgebied tussen Duitsland en Nederland ligt de Uelingsheide. Wie vanuit Tegelen de sluiproute, een weelderige laan met bomen, langs de scheidslijn neemt, ziet in de verte de toren van de gelijknamige vroegere abdij opdoemen. Het is een imposant baken in het vlakke landschap. Het voormalige kloostercomplex wordt tegenwoordig gebruikt door Emmaus Feniks, de woongemeenschap voor dak- en thuislozen. De kringloopwinkel is de voornaamste inkomstenbron.

De laatste Trappisten verlieten in 2002 de grote abdijgebouwen, en betrokken een aanpalend wit boerderijtje, dat tot miniklooster omgebouwd werd. In deze abdijhof is nu een uitvaartcentrum gevestigd. Tussen het grote kloostergebouw en het oude abdijboerderijtje vinden we de abdijwinkel Uelingsheide en café-restaurant Oelespot met terras. Daar ontmoeten we Ria Lucker. Ria is een van de drie vrijwilligsters, die samen de winkel bestieren. Jarenlang werkte ze in het Venlose ziekenhuis. Na haar pensionering kwam dit op haar pad. „Ik ben hier gelukkig, vooral op zaterdag vanwege de grotere aanloop.”

Paradijselijk

De winkel is gelieerd aan Abdij Lilbosch in Echt. Daar huizen de Cisterciënsermonniken. Gemiddeld eens per twee weken bezoekt de abt Dom Malachias Huijink de winkel in Tegelen om de lopende zaken door te spreken. „Het is hier toch paradijselijk, of niet soms? Je staat versteld hoeveel rozenkransen en scapuliermedailles we hier verkopen. Een miniatuurscapulier is voor leken een blijk van verbondenheid met de katholieke kerk.” De winkel ademt een sacrale sfeer. De krakende plankenvloer, glas-in-loodramen en kasten en een toonbank van donkergetint hout doen de bezoeker in een kloosterachtige omgeving wanen.

Distilleerderij definitief op slot

De trappisten streken in 1884 vanuit het Belgische Westmalle neer op de Uelingsheide. In 1898 startten de monniken er een handel in miswijn. Inmiddels is de wijnstekerij onderdeel van Abdij Lilbosch-Echt. Vele attributen in zowel winkel als café-restaurant herinneren nog aan dit verleden. Nog niet eens zo lang werden er ook likeuren volgens een eigen geheim recept bereid. Populair was de Gutamara. Dit heilzame maagbittertje bevatte maar liefst 36 kruiden. Maar de distilleerderij zit definitief op slot. De apparatuur is weliswaar nog te zien vanachter een getraliede deur. Ria: „We mogen de likeuren van overheidswege niet meer verkopen. Onze omzet is sindsdien gehalveerd.”

Walhalla voor liefhebbers trappistbieren

In de ruimte naast de winkel en de crypte onder de kapel is een ingrijpende verbouwing aan de gang. Het ruikt er naar verse cement en zaagsel. Daar wordt naar verwachting rond Kerstmis de museale collectie religieuze volkskunst Ars Amandi, opnieuw ondergebracht en tentoongesteld. Ondanks dat de klandizie is teruggelopen blijven er nochtans voldoende producten over. Voor de liefhebber van authentieke trappistbieren is het een waarachtig walhalla. „We hebben hier alle trappistbieren, behalve Westvleteren, gewoon omdat we die niet mogen verkopen.” Het predicaat ‘Authentic Trappist Product’ mag overigens niet zomaar gebruikt worden. Het is als het ware een beschermde familienaam. De productie van deze kloosterwijnen, -likeuren, -kazen en bieren moet namelijk volledig tot de kloostereconomie behoren en de arbeid wordt verricht door monniken of door wereldse medewerkers van de betreffende kloosters. Ook de wijnen in de winkel dragen dit keurmerk.

Religieuze snuisterijen

De verzorgingsproducten, delicatessen, wenskaarten met spirituele teksten en religieuze snuisterijen in de winkel zijn vrijwel allemaal afkomstig van kloosters uit de gehele wereld. We ontwaren enkele planken met levensbeschouwelijke literatuur en een koelvitrine met behalve kazen van Abdij Postel eveneens enkele worstjes van het beroemde Livar-varken. De middag kruipt naar het einde, ook voor Ria. Dan komt haar man, beeldend kunstenaar Jan Lucker, haar halen. „Jan drinkt dan nog een trappistje en ik een glas wijn. We zijn op de fiets, dus het kan…” knipoogt ze.