‘Ik dacht aan een plein vol woedende mannen in gele shirts’

© De Limburger

COLUMN - Als je je vertrouwen in de menselijke veerkracht op de proef wil stellen, neem dan plaats in een vertraagde trein.

Leon Verdonschot

Vorige week vrijdag sloeg de tropische hitte opeens om in tropische buien. In mijn straat stonden mensen op de daken om takken te verwijderen uit hun verstopte afvoeren. Dat hoorde ik van mijn vriendin, die ook op het dak stond, terwijl beneden in de tuin onze hond blafte. Die blaft nooit, alleen in heel uitzonderlijke situaties, zoals een baasje op het dak.

Station Eindhoven

Zelf stond ik ondertussen voor de tweede keer binnen een half uur op het station van Eindhoven: de trein was bij Heeze gestrand en teruggekeerd naar Eindhoven. Er lagen geen takken op het spoor, maar een volledige boom. Dat was niet binnen een kwartier opgelost, vermoedde ik. Zelf leg ik wel eens iets klaar op mijn tafel om weg te gooien en dan ligt het er een week later nog steeds. Uit het raampje van mijn trein zag ik een zwarte lucht, alsof in plaats van het weekend de Apocalyps naderde.

Bananengeel shirt

De trein-app gaf een half uur later aan dat ik het beste naar Venlo kon gaan, vanuit daar naar Roermond, en dan naar Maastricht. Het was duidelijk: de boom had gewonnen. Ik nam plaats in de trein naar Venlo. Schuin tegenover me zat een man in een bananengeel shirt. Er kwam een stelletje tegenover hem zitten. Daar had hij blijkbaar op gewacht, gezelschap, want hij stak meteen van wal. „Om vier uur ben ik vertrokken uit Tilburg. Nu zit ik nog steeds in Eindhoven.”

De twee knikten. Wat anders konden ze doen? We zaten inderdaad nog steeds in Eindhoven. Het bleek een inleiding, want nu zei de man: „Ze zouden de kop eraf moeten hakken. Van die NS-directeur.” De twee zeiden niks. Iemand kwam de coupé binnen en vroeg: „Rijdt deze trein eigenlijk wel?” „Geen idee”, zei de man. „Ik blijf gewoon zitten. Niks roepen ze om. Ze zouden zijn kop eraf moeten hakken, echt waar.”

Schavot

Toen de trein een half uur later alsnog in beweging kwam, dacht ik aan een plein vol woedende mannen in gele shirts, een schavot op een verhoging, een man in een pak met het NS-logo op zijn borst, de beul, het voorlezen van de aanklacht met een stemverheffing bij het woord ‘vertraging’ en tot slot de beslissende klap.

Vervolgens ging de telefoon van de vrouw achter me. Ze nam op, en ik wist al snel weer waarom het cliché klopt dat teleurgesteld nog erger is dan boos. „Waar we nu zijn? Geen idee.” De vrouw achter haar zei: „Deurne.” Dat is eigenlijk wel zo eerlijk: als mensen in de treincoupé niet doen alsof ze níét meeluisteren. „O, Deurne pas, hoor ik net. Lekker dan.”

Leeg

Tussen Horst en Blerick merkte ze dat haar telefoon bijna leeg was. „Ben ik dadelijk ook niet meer bereikbaar. Niet normaal, zo afhankelijk als we zijn geworden van die rottelefoon.” Degene aan de andere kant van de rottelefoon leek haar een nieuw toestel aan te raden. Dat vond ze geen goed idee. „Moet je ook weer een verzekering nemen, dat gaat nergens over.”

We arriveerden ondertussen in Venlo, maar dat ging deze dag voor haar niet meer redden, zoveel was me duidelijk geworden. Ik stapte in de trein naar Roermond. De coupé zat vol. Een man achter me begon een gesprek met zijn buren. „Om vier uur ben ik vertrokken uit Tilburg. En nu zit ik pas in Venlo.”

Ik pakte mijn oordopjes en zette muziek op, net voor de eis tot onthoofding.

Meer lezen?

Nieuwe actie: Één jaar toegang tot alle Plus-artikelen voor slechts 1,04 per week. Daarmee lees je dagelijks meer dan 100 nieuwe Plus-artikelen op onze site & app. Of kies voor een van onze andere abonnementen.

Ik word digitaal abonnee