Heel Limburg bakt(e)

Print
Heel Limburg bakt(e)

Afbeelding: John Peters

Broden, vlaaien, koeken; heel Limburg bakte ze vroeger zelf. Vrijwel elke boerderij had zijn eigen bakhuisje. Duizenden moeten er zijn geweest, verspreid over de provincie. Het merendeel is nu verdwenen. (Erfgoed)organisaties zetten zich in om de resterende exemplaren te behouden en te restaureren.

Dankzij tv-programma’s als Heel Holland Bakt is bakken weer populair geworden. Hét moment dus om aandacht te vragen voor de gewoontes rondom dit ambacht én voor de typische bakhuisjes, waar Limburg vroeger vol mee stond. De meeste van die bouwsels raakten na de Tweede Wereldoorlog in hoog tempo in verval en werden in veel gevallen gesloopt. Dat kwam onder meer, omdat de particuliere bakkers concurrentie kregen van de supermarkten, die  goedkoop brood gingen verkopen. Een grote hoeveelheid karakteristieke en cultuurhistorisch waardevolle monumentjes is zo verloren gegaan. Jammer, vinden verschillende (erfgoed)organisaties in Limburg, waaronder Monumentenwacht Limburg.

“De bakhuisjes horen bij de typisch Limburgse volkscultuur”, meent directeur Geert van der Varst. “Wij vinden het belangrijk om de resterende exemplaren te bewaren en eventueel te restaureren. Maar ook willen we graag zo veel mogelijk verhalen over de bouw en het gebruik van ‘het bakkes’ boven water krijgen.” Foto’s van bakhuisjes zijn er bijvoorbeeld maar mondjesmaat. “Het bakhuis was ‘te normaal’ om te fotograferen”, denkt projectleider Frans Reubsaet.

Fietsenhok
In heel Limburg is nog een handvol bakhuisjes te vinden. Maar veel van die bouwsels hebben nu een andere bestemming. Van der Varst:  “Soms is het een fietsenhok geworden, soms zelfs een vakantiewoning, afhankelijk van de grootte.”

Hoewel samenhangend onderzoek naar bakhuisjes in Limburg ontbreekt, is her en der wel informatie te achterhalen. “De bakhuisjes hadden een vaste vorm en lagen los van de boerderij”, legt Reubsaet uit. “Daardoor zijn ze goed herkenbaar op oude kaarten. De bouwrichting was verplicht noordoost, omdat de wind hier meestal uit het zuidwesten komt. Als er dan brand ontstond, wat nogal eens gebeurde, waaide het vuur niet over naar de boerderij.” Om dezelfde reden mochten de daken van de huisjes niet met stro of riet worden gedekt.

Sjansen
Om de ovens te kunnen stoken, begonnen de boeren ’s winters met het snoeien en verzamelen van sjansen, de goedkoopste houtsoort. Voor het bakken van brood was uiteraard deeg nodig. Daarvoor moest graan worden gemaaid, gedorst en gemalen. En voor de vlaai moest fruit worden ingemaakt. Zo vormden de bakhuisjes de spil van een hele keten, een micro-economie, aldus Van der Varst.

Monumentenwacht Limburg wil de kennis die er nog leeft over de bouw en het gebruik van bakhuisjes in de provincie inventariseren, zodat deze niet verloren gaat. Van der Varst en Reubsaet hopen daarbij op de hulp van het publiek. “Mensen die weten waar nog een bakhuisje staat of heeft gestaan, kunnen ons mailen. Ook foto’s, tekeningen of kaarten en plattegronden zijn welkom.” Op 10 augustus organiseert MWL bij bezoekerscentrum de Oude Pastorie in Beek ‘Rondom ’t bakkes’, een informatieve dag over bakken in houtovens en bakhuisjes. Met workshops, demonstraties en informatiestands. En natuurlijk kan er ook geproefd worden van de broden en vlaaien die ter plekke worden gebakken.

Meer informatie: www.monumentenwachtlimburg.nl.