Molen de Korenbloem veranderde in 150 jaar van bouwval in pronkstuk

Print
Molen de Korenbloem veranderde in 150 jaar van bouwval in pronkstuk

Henny en Geert van Winkel houden samen met de andere vrijwilligers de molen en het winkeltje draaiende. Afbeelding: Arjanne van Voorst

Ospel -

Molen de Korenbloem in Ospel bestaat dit jaar honderdvijftig jaar. Een gedenkwaardige leeftijd, die op zondag 18 augustus vanaf 10.00 tot 16.00 uur met tal van festiviteiten in en om de molen wordt gevierd. Het echtpaar Van Winkel heeft allerlei oude foto’s en krantenberichten in een klapper bewaard. Al bladerend komt de molen tot leven.

„Veertig jaar of nog langer geleden gaf niemand hier wat om de molen. De molen lag er verpauperd en als een bouwval bij. En kijk nu eens, hoe mooi die erbij ligt”, vertelt de trotse molenaar Geert van Winkel (73). Hij is een van de twaalf vrijwilligers, die de molen en het winkeltje draaiende houdt. „We wonen tegenover de molen en toen ik met pensioen ging, ben ik de basiscursus Molenaar en later die van Ambachtelijk Molenaar gaan volgen.“ Geert was vroeger werktuigbouwkundige. „De molen is een werktuig afhankelijk van de wind. Je moet kennis van het weer hebben, maar ook van het maalproces.”

Geschiedenis van de Korenbloem

De geschiedenis van Molen de Korenbloem begint als Peter Jan Caris in 1869 een molen op zijn land bouwde. In de wijde omgeving was helemaal niets. De bebouwing kwam pas later opgang. Naast de molen bouwde Peter Jan een huis en later plaatste hij een benzinemotor in de molen. „Een molen heeft altijd problemen met de wind of beter gezegd het ontbreken van wind. Met deze machine kon hij productie blijven maken. Ook als er geen wind was”, verduidelijkt Geert. De molen is daarna in verschillende handen geweest. De laatste molenaar was Andreas Hubertus Veugen in 1937. Zijn zoon Frans was de laatste eigenaar. Ondanks dat Ospel tijdens de Tweede Wereldoorlog flink werd gebombardeerd, bleef de molen redelijk intact. „In de oorlog werden de wieken in een bepaalde stand gezet om de mensen te laten weten dat er Duitsers in het dorp waren. Vanaf de beltmolen had je goed zicht. De Duitsers hadden het malen verboden, maar dat werd stiekem gedaan”, vertelt de in Ospel geboren en opgegroeide Henny van Winkel (70). Of er onderduikers in de molen zaten dat weet het echtpaar Van Winkel niet.

Behoud van de molen

Na de oorlog raakt de molen steeds meer in verval. „In Ospel had eigenlijk niemand iets met de molen. Als kinderen speelden we er, maar door de slechte staat was dat best gevaarlijk”, herinnert Henny zich. In 1970 ontrafelde de gemeente Nederweert de verwaarloosde molen. Uit veiligheidsoverweging haalde de gemeente de wieken eraf, zette er een kap op en metselde de toegangstunnel dicht. In de jaren tachtig keerde het tij. Burgemeester Fons Jacobs van Nederweert, gemeentesecretaris Wim van Grimbergen en wethouder Frans Willekens maakten zich sterk voor behoud van de molen. Bij de restauratie in 1990 werd de benzinemotor weggehaald. Vanaf die tijd draait de molen helemaal op de wind en zorgen vrijwilligers ervoor dat die blijft draaien. Na een aantal jaren komt er een winkeltje bij, waar meel van de zelfgemalen granen, molenkoeken en andere producten worden verkocht. Samen met twee andere dames verzorgt Henny het winkeltje. „We houden van gezelligheid en maken graag een praatje met de klanten.” Het echtpaar Van Winkel hoopt dat molen de Korenbloem nog lang blijft draaien en malen.

Feestelijke verjaardag

Locoburgemeester Frank Voss opent op 18 augustus om 10.00 uur het feestelijke programma. Amateurhistoricus Alfonso Bruekers vertelt over de geschiedenis. An Cuijpers-Rutjens leest haar zelfgemaakte gedicht over de molen voor. Ook aanwezig is de drieënnegentigjarige Harrie Tindemans, die in 1939 voor negenendertig cent meel bij de molen kocht. Er zijn rondleidingen, exposities, workshop broodbakken met mobiele bakoven, pizza en pannenkoeken bakken. De zangvereniging uit Ospel bakt wafels. Buiten staan landbouwmachines, tenten met streekproducten en er is een kinderhoek.