Waar zijn de genezers gebleven?

Print
Waar zijn de genezers gebleven?

Har Sillen in de Antoniuskapel in Heythuysen. Wie iets in het offerblok stopte, werd door Nellie Schroen geholpen. Afbeelding: Peter Hamans

Horn -

Kon de dokter je niet helpen dan was in elk dorp vroeger wel iemand bij wie je wél terecht kon als je eczeem of wratten had, hevige buikpijn, een verstuikte enkel of brandwonden. Het leek wel hocus pocus maar dezelfde dag nog of de dagen erna namen de klachten plotseling af of verdwenen helemaal. Wat je ervoor moest doen? Vaak helemaal niets. ‘Bid maar tien extra Weesgegroetjes, jongen, dan komt het allemaal goed’, kreeg je dan te horen.

De overlevering kent verbluffende staaltjes van spontane, onverklaarbare genezingen. Neem wijlen Nellie Schroen uit Baexem. Zij stond wijd en zijd bekend om haar voorspellende en genezende gaven. Zo was er een vrouw die voordat ze met vakantie ging waardevolle papieren in haar woning verstopte. Dat deed ze zó zorgvuldig dat ze de papierwinkel bij terugkeer niet meer kon vinden. Ten einde raad riep ze de hulp van Nellie Schroen in. Die adviseerde haar eerst naar de Antoniuskapel in Heythuysen te gaan en daar geld in het offerblok te stoppen. Vervolgens zou ze de papieren terugvinden in een kastje op de zolder van haar woning. Zogezegd, zo gedaan. De vrouw haastte zich naar de Antoniuskapel en vervolgens naar haar zolder en jawel hoor… daar lagen de waardepapieren veilig opgeborgen.

Het derde oog

Voorzitter Har Sillen van de heemkundevereniging Horn is gefascineerd door dit soort verhalen. „Het is natuurlijk niet te achterhalen of ze op waarheid berusten maar of je ze gelooft of niet, feit is dat deze volksgenezers vroeger erg tot de verbeelding spraken”, legt hij uit. Zijn mailbox stroomt vol sinds hij een oproep deed aan mensen om hun ervaringen met volksgenezers door te geven. In Horn heetten ze ‘Beule Tinus’, Emiel Brouns en Thei Vermeulen. En vergeet ook niet het ‘Hutmenke’ in Heythuysen die een ijzersterke reputatie had als het ging om het helpen van mensen. Het waren mannen en vrouwen die beschikten over het derde oog en die ‘iets’ met hun handen konden. Er hing een waas van geheimzinnigheid om hen heen. Ze streken in het luchtledige langs het lichaam van de patiënt. Wat ze deden en hoe ze het deden? Ze wisten het vaak zelf niet maar ze vertrouwden rotsvast op hulp van boven. En het hielp. Immers, de eczeem verdween en de wratten waren ’s ochtends bij het wakker worden weg. Zonder dat je het in de gaten had kon je diezelfde dag weer gewoon op die enkel steunen zonder een centje pijn.

Kwakzalvers en witte jassen

Enkele uitzonderingen daargelaten moest de reguliere geneeskunde -huisartsen en specialisten- niets hebben van deze kwakzalvers, zoals ze vaak smalend werden genoemd. Het Laurentiusziekenhuis in Roermond bijvoorbeeld weigerde hen de toegang, maar dat weerhield menigeen er niet van om het Hutmenke incognito naar binnen te smokkelen zodat hij bij het ziekenhuisbed stiekem zijn heilzame werk kon doen. Want het geloof in de kwaliteiten van het Hutmenke en zijn collega’s was vaak groter dan het geloof in de witte jassen.

Maar waar zijn ze eigenlijk gebleven, die genezers? Hoorden ze bij de tijd van vroeger en zijn ze met het verstrijken van die tijd ook zelf verdwenen? Of konden ze gedijen in een tijdsgewricht waarin het rooms-katholieke geloof zo sterk was dat mensen in wonderen geloofden? Voor de heemkundevereniging Horn is het in ieder geval aanleiding om een lezing door Annie Schreuders-Derks over volksgeneeskunst en natuurgenezers te organiseren. In de aanloop hiernaartoe wil de heemkundevereniging graag in contact komen met mensen die ervaringen hebben gehad met volksgenezers als ‘Beule Tinus’ en ’t Hutmenke. Zij kunnen contact opnemen met Har Sillen via harsillen@home.nl