Mortiergranaat ongeval Mali kon eerder ontploffen: minister overweegt juridische stappen tegen fabrikant

Print
Mortiergranaat ongeval Mali kon eerder ontploffen: minister overweegt juridische stappen tegen fabrikant

De KDC-10 van de Koninklijke Luchtmacht met aan boord de lichamen van de omgekomen 29-jarige sergeant der 1e klasse Henry Hoving en de 24-jarige korporaal Kevin Roggeveld. Afbeelding: ANP

Het ministerie van Defensie stelt na eigen onderzoek dat de mortiergranaat die in Mali een fataal ongeval veroorzaakte, onbedoeld eerder kon ontploffen.

Bij het ongeluk kwamen twee Nederlandse militairen om het leven en raakte één militair gewond. Defensieminister Ank Bijleveld onderzoekt of er juridische stappen tegen de fabrikant mogelijk zijn.

Nieuw, eigen onderzoek werpt volgens de krijgsmacht nieuw licht op de oorzaak van het ongeluk in de zomer van 2016. Daaruit blijkt dat er bij onderdelen van de mortiergranaat sprake was van ‘onnauwkeurige maatvoering’. Het probleem zit in de ontsteker, het puntje van de mortiergranaat. Daarin zit een mechaniek dat op scherp wordt gezet als de mortiergranaat de buis waaruit die wordt afgeschoten verlaat. ,,Maar bij deze partij blijkt dat de ontsteker onbedoeld al eerder op scherp kan worden gesteld, waardoor de munitie kan ontploffen voor het doel bereikt is”, legt een woordvoerder van het ministerie van Defensie uit.

Vernietigend rapport

Defensie deed het onderzoek omdat het na een vernietigend rapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) naar dat ongeluk, werd opgedragen om de elfduizend resterende 60 millimeter mortiergranaten te vernietigen. Daarbij werden de nieuwe problemen met de munitie ontdekt, zo schrijft minister Ank Bijleveld van Defensie aan de Tweede Kamer. De advocaat van de nabestaanden, Michael Ruperti, laat weten dat hij aangifte gaat doen tegen de producent. Ook zal hij een indienen.

Voordat de mortiergranaten, die niet alleen in Nederland, maar ook op Aruba en in Duitsland liggen opgeslagen, kunnen worden vernietigd, werden de risico’s in kaart gebracht. ,,Het is onze verantwoordelijkheid te zorgen voor een veilige afvoer en vernietiging. De Commandant der Strijdkrachten heeft daarom opdracht gegeven een plan van aanpak te maken waarbij rekening wordt gehouden met de in beide rapporten geconstateerde gebreken.” De granaten mogen pas vervoerd en vernietigd worden als de Commandant der Strijdkrachten daar toestemming voor geeft.

Tekortgeschoten

Het nieuwe rapport doet volgens Bijleveld niets af aan de conclusies van de OVV, die stelde dat Defensie ‘ernstig tekortschoot’ bij het waarborgen van de veiligheid van militairen. ,,De OVV heeft aangetoond dat er in de aanloop naar het dodelijke ongeval veel veiligheidsbarrières zijn weggevallen. Het is zaak dat we blijven leren, ook van nieuwe onderzoeken.”

De mortiergranaten worden door de Nederlandse krijgsmacht niet meer gebruikt, maar wel door andere landen. Defensie heeft de fabrikant van de munitie op de hoogte gesteld van de fouten met de mortieren, ook werd melding gedaan in een speciaal waarschuwingssysteem van de Navo.

Chemische reactie

Ook de OVV heeft het Defensieonderzoek naar de mortiergranaten gekregen. De OVV concludeerde dat de mortiergranaat ontplofte omdat er door vocht en opslag bij te hoge temperatuur in de granaat een chemische reactie is ontstaan. De mortiergranaat stond ten tijde van het ongeval in ‘de veilige stand’ en niet op scherp, stelt een woordvoerder van de OVV. ,,Daar blijven wij achter staan. We gaan goed kijken of dit nieuwe feiten bevat.”

De OVV deed destijds ook onderzoek gedaan naar eventuele productiefouten. Daarin werd wel geconcludeerd dat het ontbreken van een ‘dwarspin’ kan leiden tot ‘voortijdige wapening’, maar werd dat als oorzaak van het ongeval ‘zeer onwaarschijnlijk’ geacht.

De woordvoerder benadrukt de OVV geen aanleiding ziet om de conclusies en aanbevelingen van het rapport uit 2017 te herzien. Na publicatie van dat rapport stapten toenmalig Defensieminister Jeanine Hennis en Commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp op.