Ivo’s Formule 1-blog: ‘Er is een opvallende kentering te constateren in het toelatingsbeleid van de media’

Print
Ivo’s Formule 1-blog: ‘Er is een opvallende kentering te constateren in het toelatingsbeleid van de media’

Afbeelding: De Limburger

Ivo Op den Camp, Formule 1-verslaggever van de Limburgse kranten, doet dit weekeinde verslag van de race in België. In deze blog vraagt hij zich af in hoeverre professionele F1-journalisten onafhankelijk zijn en neutraliteit betrachten.

Ik ben al jaren bij de Raad van Elf van Sjtadsvastelaovesvereniging De Flaarisse in Geleen, u weet wel de Waereldsjtad. Tot mijn takenpakket hoort onder meer het schrijven van verhaaltjes voor de jaarlijkse carnavalskrant, genaamd ‘De Gaare Flaaris’. Een onbezoldigde functie, die ik echter met zeer veel liefde uitoefen.

Vanwaar deze inleiding? Mijn bezoldigde functie bestaat ook uit het schrijven van verhaaltjes, maar dan voor De Limburger. Meer specifiek gaan die verhaaltjes over Formule 1 en dan vooral Max Verstappen. Om onze lezers betrouwbare, duidende en exclusieve verhaaltjes voor te schotelen reizen we de hele wereld over in het kielzog van Verstappen.

De Formule 1 is een extreem professionele sport die zichzelf serieus neemt. In het verlengde daarvan mag je dat ook van de volgers verwachten die over de sport berichten. Professionele journalisten, die zich verdiepen in de sport, onafhankelijk zijn en neutraliteit betrachten. We schrijven immers niet voor het fanblaadje van Verstappen of Hamilton.

Van de FIA, de instantie die het Formule 1-wereldkampioenschap houdt, mag je verwachten dat ze erop toeziet dat alleen serieuze media en dito journalisten worden toegelaten tot de perscentra en het rennerskwartier, de plekken waar het allemaal te doen is. Nu is zeker dat rennerskwartier een geliefd oord waar ook alle Formule 1-fans wel eens graag zouden rondlopen. Je bent er in de nabijheid van de grote sterren, de coureurs, teambazen en niet te vergeten de immense gastenverblijven waar – zo gaat het verhaal – eten en drinken in overvloed zijn te verkrijgen.

De laatste jaren is er een opvallende kentering te constateren in het toelatingsbeleid van de media. Nu alles breed wordt uitgemeten op tv en internet is de noodzaak voor kranten en tijdschriften - zeker zij die de sport niet als speerpunt omarmen - om overal bij te zijn minder geworden. Maar om perscentra dan maar vol te laten lopen met afgevaardigden van vage, vaak onbetrouwbare, websites is het andere uiterste. Bovendien betrachten die afgevaardigden zelden de eerder genoemde hoofdvoorwaarden om als journalist door het leven te mogen gaan. Kort door de bocht: het zijn fans die zich als journaliste voordoen.

Het toppunt beleef ik dit weekend in Francorchamps. Daar zit (zie foto) een als vol ornaat Verstappen-fan geklede man in de perszaal achter zijn laptop. Ben toch maar eens op hem afgestapt. Blijkt ene Znanya Ynosty uit Polen te zijn. Hij is voor de allereerste keer bij een Grand Prix. Hij spreekt nauwelijks een woord Engels (wat doe je dan in de Formule 1?) en geneert zich totaal niet voor zijn uitdossing. „Ik had eigenlijk iets van Robert Kubica willen aandoen, maar daar kun je bijna niks van krijgen. Toen heb ik Max gekozen, daar ben ik ook fan van.”

Ivo’s Formule 1-blog: ‘Er is een opvallende kentering te constateren in het toelatingsbeleid van de media’
Foto: Ivo Op den Camp

Tsja, dan sta je met de mond vol tanden. Maar, bedenk ik me, het biedt ook perspectief. Zou ik, na mijn afscheid als Formule 1-verslaggever van De Limburger, nog eens een Grand Prix willen bezoeken dan accrediteer ik me als afgevaardigde van ‘De Gaare Flaaris’, motiveer mijn bezoek als een onderzoek naar de samenhang tussen carnaval vieren en autoracen. Oh ja, en als het moet trek ik ook nog mijn rokkostuum aan en zet mijn Flaarisse-steek op.