Heerlenaren verdacht van dumpen duizend liter drugsafval in beek Geulle

Print
Heerlenaren verdacht van dumpen duizend liter drugsafval in beek Geulle

Er is geen milieuvervuiling ontstaan door de dumping in de Verlegde Broekgraaf. Afbeelding: Ingimage

Heerlen / Hoensbroek / Geulle -

Twee Heerlenaren worden verdacht van betrokkenheid bij de dump van duizend liter synthetisch drugsafval in de Verlegde Broekgraaf in Geulle.

Herman S. en Peter V. moesten zich dinsdagmiddag verantwoorden voor de rechtbank in Maastricht. Maar alleen V. kwam opdagen.

Jerrycans

Op 26 augustus 2015 was hij met een bestelbus naar het natuurgebied in Geulle gereden om zich te ontdoen van 46 jerrycans, gevuld met zo’n duizend liter afval afkomstig van de productie van synthetische drugs. Bij de Verlegde Broekgraaf dumpte hij ze in de beek en op de oever.

Voor de rechtbank insinueerde V. niet precies te weten wat hij vervoerde. „Ik heb nooit iets met drugs te maken gehad. Het stonk verschrikkelijk. Eigenlijk moest ik nog een keer heen en weer rijden voor nog meer jerrycans, maar dat was ik niet van plan te gaan doen.”

Modder

Die kans kreeg hij ook niet. V. reed zijn bus vast in de modder. De man wiens hulp hij inriep om hem los te trekken, rook onraad bij het zien van de jerrycans en belde de politie. Die kwam uiteindelijk terecht bij Herman S., die volgens V. opdracht voor de dumping had gegeven. In diens woning in Heerlen vond de politie een verboden airgun, een weegschaal met sporen van drugs en de huurpapieren van een garagebox, waar meerdere vaten met zoutzuur werden aangetroffen. Een van de vaten was besmeurd met de resten van drugsafval.

Organisatie

Onderzoek heeft uitgewezen dat er bij de dumping nauwelijks of geen vervuiling is ontstaan. Maar de officier van justitie ziet de twee verdachten wel als onderdeel van een organisatie rond het produceren van drugs. Ook het vervoer van het afval was in haar ogen verboden, potentieel vervuilend en gevaarlijk. Het Openbaar Ministerie eist een celstraf van twaalf maanden, waarvan zes voorwaardelijk tegen V. en een celstraf van vijftien maanden, waarvan zes voorwaardelijk tegen S.

Bewijs

Beide advocaten pleiten voor aanzienlijk lagere straffen. Het feit is al lang geleden voorgevallen en de rol van V. zou minimaal geweest zijn. De advocaat van S. meent dat niet is te bewijzen dat het zoutzuur bedoeld was voor drugsproductie. Bovendien: alleen de verklaring van V. wijst naar S. als leverancier van het afval. Het is aan de rechtbank om te beoordelen of die betrouwbaar is. Uitspraak op 24 september.