Hoe je een pingpongbal opblaast tot een mooie luchtballon

Print
Hoe je een pingpongbal opblaast tot een mooie luchtballon

Schrijver Frits Weerts, achter zijn ‘stamtafel’ thuis. Afbeelding: Jeroen Kuit

Laar / Weert / Altweerterheide / Stramproy / Tungelroy / Swartbroek / Ospel / Leveroy / Nederweert / Nederweert Eind / Ospeldijk -

In de editie van weekkrant VIA Limburg van komende week treffen lezers de 100e aflevering aan van de rubriek ‘Stamtäöfelke’. In gesprek met Frits Weerts, de jubilerende schrijver van de dialectrubriek.

De bijna 80-jarige Weerts geniet in de namiddag van een ferme Belgische pint. ‘Goed blijven doorsmeren’ is zijn advies voor wie een lang en gelukkig leven nastreeft. En blijven lachen. De oud-bedrijfsleider van een meelfabriek huldigt beide credo’s, zeker sinds hij 24 jaar geleden met pensioen ging. De zee aan vrije tijd die toen ontstond, werd gevuld met vrijwilligerswerk. Hij was lid van een schoolbestuur, actief bij Stedelijke Harmonie St. Antonius, voorzitter van LGOG de Aldenborgh, had warme belangstelling voor het werk van dialectvereniging Veldeke en was stadsgids in Weert. Gekoppeld aan interesse voor lokale geschiedenis vormde dit de voedingsbodem voor de ‘Stamtäöfelkes’. Een film van cineast Peter Crins over de Meysberg in Heythuysen (‘zo moesten er meer films gemaakt worden’) deed de rest. Na een gesprek in stamcafé Dennenoord met schrijver Peter Clement, besloot het duo de oude, deels verdwenen cafés van Weert te beschrijven. Geschiedkundige vereniging de Aldenborgh gaf haar zegen aan het project en na drie jaar onderzoek rolde het boek ‘Stamtafel Weert’ van de persen. “We gingen met oude mensen in gesprek over hun herinneringen aan de cafés van vroeger”, vertelt Weerts. ‘Daarvoor riepen we één keer per maand een ‘stamtaofel’ in het leven in een Weerter café.”

Weerter dialect

Bij die gesprekken werd eega Pop Nouwen gepromoveerd tot camera- en geluidsvrouw. Het ruwe materiaal omvatte 45 DVD’s aan opnames en foto’s, meer dan er in het boek kon worden opgenomen. De vaak kleine verhaaltjes, gelardeerd met anekdotes en bijnamen in het dialect, vormden de aanzet tot de rubriek ‘Stamtäöfelke’. Aangevuld met verhalen die tijdens tochtjes met de scootmobiel en tijdens cafébezoek werden opgetekend. “Ik heb altijd een pen en aantekenboekje bij me. Een paar steekwoorden zijn vaak voldoende als vertrekpunt voor een nieuwe aflevering.” Uit die verhalen spreekt een grote liefde voor het oude Weerter dialect. “Een dialect is iets eigens van een streek of stad en verdient het om in stand te worden gehouden. Al is dat vechten tegen de bierkaai, met alle invloeden van andere talen, waardoor jongeren vaak geen dialect meer spreken. Mer det kaltj zich toch gemaekeliker?”, vindt Weerts, alhoewel hij ook beseft dat taal een levend iets is. “Bij mijn kinderen heb ik het Weerter dialect er tot vervelens toe in gestampt”, vertelt hij lachend. “Toen vonden ze dat vervelend, nu zijn ze er blij mee. En met name ouderen vinden het geweldig om in vergetelheid geraakte dialectwoorden terug te lezen.”

Boek

De verhalen in de ‘Stamtäöfelkes’ kennen een aantal vaste ingrediënten. Er moet altijd een kwinkslag in zitten en ‘een basis van waarheid’. Dat laatste mag met een korrel zout genomen worden. “Ik kan desgewenst een pingpongbal opblazen tot een mooie luchtballon”. Het doel van de ‘Stamtäöfelkes’? “Een stukje geschiedenis bewaren, oude bijnamen en het Weerter dialect niet verloren laten gaan en mensen laten lachen.” Oude Weerter dialectwoorden hebben ook hun weg gevonden naar een serie van inmiddels zes placemats met ‘Schoëne Wieërter kâl’ en illustraties, die in enkele Weerter eetgelegenheden worden gebruikt. Plus een boek waarin 60 ‘Stamtäöfelkes’ zijn verzameld. “Die verhaaltjes zijn een stuk van mijn leven geworden. Met mensen samen zitten, verhalen vertellen bij een pot bier, de sociale contacten. Geweldig.” Toch denkt Weerts erover om na een tweede boek, dat in het najaar moet verschijnen, te stoppen met de rubriek. “Anders dreig ik in herhaling te vallen. Na 120 afleveringen is het mooi geweest.” In de keuken schudt echtgenote Pop het hoofd. “Je gaat tóch gewoon door”, is haar stellige overtuiging. Het daaropvolgende lachje van de schrijver spreekt mogelijk boekdelen.