Angela blogt: Ze mogen er van mij weer zó tien kilo aan plakken...maar zo werkt het niet

Print
Angela blogt: Ze mogen er van mij weer zó tien kilo aan plakken...maar zo werkt het niet

Afbeelding: iStock

BLOG - Broodje, beleg en dan snel weer door want ik moet nog twee stukjes tikken voor de krant. Ik draaf nog net niet door de supermarkt in ons dorp. Het is bijna drie uur in de middag en ik heb nog geen lunch achter de kiezen.

De kwark van vanmorgen is alles wat ik heb gegeten vandaag. En die is op. Mijn maag is leeg en mijn hoofd bonkt ervan. Het was beslist niet de bedoeling, hoor, om mezelf uit te hongeren. Dat lijnen van mij neemt geen ongezonde vormen aan of zo, mocht je dat denken. Ik dacht gewoon dat de redactievergadering van vanmorgen wat sneller voorbij zou zijn en dat ik gewoon thuis bij man en kind aan de boterham zou zitten.

Terwijl ik naar de kassa loop, schiet het door me heen dat ik deze week nog moet hardlopen. Ik heb mijn lijf een paar dagen rust gegund, nadat ik zondag wat al te enthousiast heb gerend. Dat zit zo: man en kind wilden nog eens naar het bakhuisje in Wieler (dat hoort bij Swalmen). In de zomermaanden wordt daar elke eerste zondag van de maand op traditionele wijze vlaai gebakken. Met zo’n oven die met takken wordt gestookt en oude recepten. Mijn schoonvader zaliger is een van de eerste bakkers van het bakhuisje geweest. Als een soort eerbetoon aan de opa van onze dochter gaan we elke zomer een aantal keren ‘bij hem’ vlaai eten.

Lijnend voorwerp
Dit jaar zijn we er alleen in augustus geweest. Denk dat het mede aan mij ligt. Als lijnend voorwerp wil ik zelfs niet ter ere van mijn schoonvader zondigen. In september, op Monumentendag, is het bakhuisje elk jaar voor het laatst open. Vandaar dat we eigenlijk alle drie vonden dat we toch op zo’n minst nog een tweede keer naar het bakhuisje moesten. Traditie is traditie, of je nou lijnt of niet. En als ik dan toch daar zit, wil ik ook een stukje gebak. Om daar nou met een enkel een watertje in een boerenschuur te gaan zitten, da’s écht drie keer niks.

Lees ook: Een nieuw en slank(er) lijf heeft ook zo zijn nadelen

Gelukkig ben ik van de creatieve oplossingen. Man en kind kregen zondagmorgen meteen na het opstaan de opdracht om lekker naar het bakhuisje te gaan. Ik zou dan later aansluiten, omdat ik vanuit onze woonplaats Reuver wel even naar Swalmen zou rennen. Goed plan, dus ook zo gedaan. Een app aanslingeren die me van A naar B wijst, leek me niet nodig. Ik ken de weg. Maar ergens in het bos tussen Reuver en Beesel ben ik toch verdwaald. Uiteindelijk heb ik tussen de tien en vijftien kilometer gerend. Ik had de tong op de schoenen toen ik aan de vlaai zat. Hier en daar voelden wat pezen in mijn lijf ook niet helemaal lekker. Dus heb ik besloten om mijn lichaam een paar dagen rust te gunnen.

Peinzend
Al peinzend over hardlopen en mijn knorrende maag zie ik ter hoogte van de schoonmaakspullen een bekende gestalte lopen. „Hé, alles goed met jou?”, roep ik spontaan. Even later sta ik nog steeds in dat gangpad. Geschokt, want ik heb een verhaal gehoord over een lieve, jonge meid die een zware operatie moet ondergaan. Ontdaan beken ik dat ik de juiste woorden niet kan vinden. Het schaamrood stijgt me bijna naar de kaken als de bezorgde moeder die haar verhaal vertelt me tussen de bedrijven door laat weten dat ze goed kan zien dat ik ben afgevallen. Lief. Bedankt.

Maar weet je; ze mogen er bij mij zó alle kilo’s weer aanplakken - en doe er nog maar tien bij - als ik haar kind daarmee die operatie zou kunnen besparen. Het werkt zo niet, ik weet het. Ik zou willen dat het anders was.