Truus Scheeren-Bidlot uit Wessem: ‘Ik besef dat vrijheid een groot geluk is’

Print
Truus Scheeren-Bidlot uit Wessem: ‘Ik besef dat vrijheid een groot geluk is’

‘Tante Truus’ en Helma Deneer, de huidige uitbaatster van café De Hook. Afbeelding: Gemeente Maasgouw

Wessem -

Op 16 november 1944 werd Wessem bevrijd van de Duitsers. De toen 17-jarige Truus Scheeren-Bidlot weet nog als de dag van gisteren hoe het is om niet vrij te kunnen leven. Ze maakte de oorlog mee vanuit een centrale plek in het dorp, haar geboortehuis café De Hook. Een plek waar veel soldaten kind aan huis waren.

Zoals gebruikelijk in die tijd, hielpen alle kinderen in het gezin dagelijks mee om het huishouden draaiende te houden. Zo ook Truus, die al vanaf jonge leeftijd haar moeder hielp in het café. „Soldaten kregen hier dagelijks te eten. Mijn moeder begon de dag om vijf uur ’s ochtends. Ze kreeg dan een zogenoemd keukenbriefje waarop stond voor hoeveel soldaten er gekookt moest worden. Dat waren er meestal zo’n zeventig. Het was een drukte van je welste.”

Razzia

De eerste oorlogsjaren verliepen voor de jonge Truus redelijk rustig. Tot aan de tijd voorafgaand aan de bevrijding van Wessem, die voor de familie Bidlot op meerdere vlakken ingrijpend was. „Ik herinner me nog dat ik staande in het café uit het raam keek, en een tank zag op de Burgemeester-Joostenlaan. Ik riep: daar komen de bevrijders! Het bleek de Brigade Piron te zijn, die later weer terug naar Thorn is gegaan. Toen begon veel ellende.” De Duitsers hielden een razzia en namen alle vier haar broers mee. „Ik was ontzettend boos en heb geschreeuwd toen ze mijn broers meenamen. Eén van de Duitsers zei dat als ik me niet stil zou houden, hij zou schieten. Waarop ik riep: schiet dan! Hij deed het niet.”

Evacuatie

In de tijd nadat Thorn was bevrijd, lag het dorp in de frontlinie en was het in Wessem ook te gevaarlijk voor de bevolking. Veel inwoners moesten evacueren. Truus was dan ook niet in Wessem op de dag dat het dorp bevrijd is. Eind oktober 1944 vertrok ze samen met haar familie, met het vee aan de hand. Ze trokken van plaats naar plaats; van Linne naar Heel tot aan Weert. Eind januari kwamen ze pas weer te voet terug naar Wessem. Truus vertelt hoe haar leven veranderde door de evacuatie. „Voorheen leefde je in een redelijk gesloten gemeenschap. Maar door de evacuatie zag ik toch meer van het leven buiten mijn geboortedorp.”

Zwarte dag

Na terugkomst in Wessem ging het leven weer verder. Tot aan 5 maart 1945, een zwarte dag uit haar familiegeschiedenis. „Die dag ging mijn oudste broer samen met zijn vrouw, mijn oudste zus en een andere broer kijken of er nog iets over was van de bagage die we bij de evacuatie hadden moeten achterlaten. Daarbij zag hij een Engels geweer op de grond liggen. Hij raapte het op voor de ogen van zijn vrouw, zijn zus en broer. Het bleek een boobytrap te zijn. Hij was op slag dood. Die dag is voor ons het meest aangrijpende moment van de oorlog geweest. We zijn het nooit vergeten.”

Ouderwets dorpscafé

Eén van haar andere broers raakte later zwaargewond in de oorlog in Nederlands Indië. Het gaat om de vader van haar nicht Helma Deneer. Zij is de huidige uitbaatster van café De Hook. Het café bleef over de generaties binnen de familie. Nog steeds vervult het café een belangrijke plek in Wessem. Helma: „Sinds 1911 is dit café het schutterslokaal van schutterij St. Joris. Het is een ouderwets dorpscafé, waar veel verenigingen nog steeds wekelijks samenkomen.” Op de vraag wat vrijheid voor haar betekent, zegt Helma: „Ik ben niet anders gewend dan vrijheid te hebben.” Met een knipoog zegt ze: „Ik heb juist een hele vrije jeugd gehad doordat mijn ouders het café hadden en daardoor minder tijd hadden om op mij te letten.”

Groot geluk

Een grote tegenstelling met haar tante Truus, die door de oorlog een groot deel van haar jeugdjaren juist niet in vrijheid heeft kunnen leven. Truus: „We hebben veel meegemaakt. Ik besef maar al te goed dat vrijheid een groot geluk is. Ik hoop dat we er met zijn allen voor zorgen dat we onze vrijheid altijd zullen behouden.”