‘Zijn levensinstelling is samengebald in de tattoo op zijn arm van staal’

Print
‘Zijn levensinstelling is samengebald in de tattoo op zijn arm van staal’

Afbeelding: De Limburger

COLUMN - Donderdagmiddag stond ik in de rij voor Central Studios, een zaal in de Utrechtse wijk Zuilen, die van probleemwijk een ‘krachtwijk’ en volgens mij zelfs ‘prachtwijk’ werd.

In Central Studios zag ik in de jaren negentig bands als Therapy?, Body Count en Skunk Anansie, maar vandaag stond er een persconferentie gepland. Dat is meestal geen garantie voor amusement, maar wel in de vechtsport. En dan zeker vandaag, want het ging om de persconferentie van het tweede gevecht, op 21 december, tussen kickbokswereldkampioen Rico Verhoeven en Badr Hari, waarschijnlijk de beroemdste kickbokser ter wereld, ook bekend bij mensen die niets met de sport hebben, maar wel van misdaad- of shownieuws houden.

Drie jaar geleden won Verhoeven van Hari, die in de tweede ronde moest opgeven vanwege een armblessure. Sindsdien roepen de fans van Hari dat die zeker zou hebben gewonnen als hij die arm niet zou hebben geblesseerd, en antwoorden de fans van Verhoeven dat hun oom zeker hun tante zou zijn geweest, als hij geen lul had gehad.

In de grote zaal stonden een paar honderd stoelen. De eerste twee rijen waren gereserveerd voor mensen uit de teams van beide vechters. Schuin links voor me zat John van Dijk, de krachttrainer van Rico. Zijn levensinstelling is samengebald in de tattoo op zijn arm van staal, die ik onder zijn shirt vandaan zag komen: ‘Mededogen mag. Meedogenloos moet.’

Rij twee tot en met vijf waren voor de pers en genodigden. Daar zat ik, als de biograaf van Rico. De rijen daarachter waren voor gelukkige fans die een kaartje hadden gewonnen. Met een bombardement aan snel gemonteerde hoogtepunten uit hun loopbaan werden Verhoeven en Hari aangekondigd. En daar stonden ze. Rico Verhoeven strak in het pak, Badr Hari in een hoody met de tekst ‘Badr Army’, en een zonnebril op, op een druilerige donderdagmiddag in een overdekte zaal.

De wederzijde beleefdheden duurden een paar minuten, daarna begon waar iedereen voor was gekomen: het afdingen op elkaars prestaties, de oneliners, de sneren, dreigementen. Ieder groot gevecht kent verschillende voorbereidende ronden. Jezelf oppompen op social media is daar inmiddels één van, je tegenstander verbaal affikken achter de microfoon tijdens de persconferentie de volgende. Rico had gekozen voor het weglachen van zijn tegenstander, Badr voor het passief-agressieve herhalen van de boodschap ‘wacht maar af, jij’. Uiteindelijk schoot hij toch uit zijn slof en sloeg hij hard op de tafel voor hem. Ook dat bleek een kwestie van perceptie, misschien zelfs cultuur: ik interpreteerde het als zwakte, want gebrek aan zelfbeheersing, maar zijn Marokkaanse fans achter me, samen het ‘army’ dat op zijn sweater stond, schreeuwden hun kelen schor van enthousiasme, en Hari postte het fragment op zijn Instagram met de tekst: When Moroccan blood takes control.

De persconferentie eindigde met een staredown. Toen ik Rico een jaar volgde voor mijn boek over hem, zag ik hem dat vaak doen bij workshops: mensen elkaar van dichtbij strak in de ogen laten kijken, lang en zwijgend. Veel mensen bleken dat niet te kunnen. Ze raken geïntimideerd (vaak mannen) of ze schieten in de lach (vaak vrouwen). Deze twee kunnen het zeldzaam goed. Rico is 1.96 meter, Badr 1.98: op elkaar neerkijken is niet mogelijk. Rico keek strak, gretig en geconcentreerd, Badr zelfverzekerd en dreigend, nu zonder zonnebril. Alle aanwezigen stonden op, vaak op hun stoel, om het te zien en te filmen. Hier waren we uiteindelijk allemaal voor gekomen.

Goed beschouwd: twee mannen die elkaar aankijken. Voor een buitenstaander vast onbegrijpelijk, zoals elke sport aan elkaar hangt van rituelen die alleen de liefhebber begrijpt.