Roermond als frontstad (deel 8) - Razzia’s in oktober 1944

Print
Roermond als frontstad (deel 8) - Razzia’s in oktober 1944

Arbeitsbuch van Jacques Henckens uit Panheel, opgepakt tijdens de 8 oktober razzia’s. Afbeelding: Streekmuseum ’t Land van Peel en Maas

Merum / Swalmen / Roermond / Asenray / Herten / Ool / Asselt / Boukoul / Einde -

In de rubriek ‘Roermond als frontstad’ blikken we terug op gebeurtenissen die in de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog in de stad hebben plaatsgevonden. Deze week: Razzia’s – oktober 1944.

De dorpen ten westen van de Maas werden op zondag 8 oktober opgeschrikt. De Duitsers voerden massaal razzia’s uit. In en bij de kerken, werden honderden mannen opgepakt. Deze mannen trokken door Roermond en Venlo naar het station om per trein naar Duitsland gevoerd te worden. Velen grepen hun kans en wisten tijdens de reis te ontsnappen. Zuster Remmers zag de mannen voorbij komen: ‘In de namiddag kwam er een onafzienbare rij mannen uit Horn, Beegden en omgeving de Maasbrug over. Zij werden begeleid door Duitse soldaten en gingen naar het station, waar ze in veewagens werden geladen. Tot 02.00 uur vannacht stond de trein nog op het station.’

Op 12 oktober was Roermond aan de beurt. Circa tweehonderd man Grüne Polizei voerden een grote razzia uit in de stad. Er werden ongeveer driehonderd mannen opgepakt. Ook zij werden naar Duitsland gevoerd. Het was al snel bekend in Roermond dat ook mannen met een geldige Ausweis opgepakt werden en dus geen bescherming meer genoten van de Ausweis. De Duitsers zochten ook bij de zusters van de Ursulinen naar mannen. Één van de zusters schreef hierover: ‘De straten boden een treurige aanblik. Mannen werden naar het station gedreven, schreiende bloedverwanten erachteraan. Een jongen met de handen aan het stuur van zijn fiets gebonden, ook de mannen van brandweer en de luchtbescherming moesten mee. Een paar jonge Duitsers kwamen naar de H.B.S. met hetzelfde doel. Toen hun duidelijk gemaakt was dat ze in een school beland waren, maakten ze rechtsomkeer. Gelukkig want wij hadden al die maanden meerdere onderduikers.’

Omdat Roermond in de frontlinie lag mochten er geen mannen meer aanwezig zijn. Zij vormden een gevaar voor de Duitse militairen. Oberst Goltzsch, commandant van Major Matthaeas schreef over de razzia in Roermond: ‘Omdat Roermond in de frontlinie lag mochten er geen weerbare mannen meer aanwezig zijn in de stad. Daarom werd de razzia gehouden om de mannen op te pakken en zo te verwijderen uit de frontlinie. De actie werd in opdracht van de Polizei- en Kampfcommandant, Major Matthaeas uitgevoerd. Helaas was het resultaat gering. De mannen vormden een gevaar voor de Duitse soldaten, zij konden hun in de rug aanvallen.’

Ondanks de jacht op de mannen werden er toch ook nog steeds vrijstellingen gegeven. Ook transportondernemer Helwegen kreeg een vrijstelling en tevens mochten paard en wagen niet in beslag genomen worden.

Roermond als frontstad (deel 8) - Razzia’s in oktober 1944
Vrijstelling voor R. Helwegen uit de Voorstad. Foto: collectie Eric Munnicks

Ook Herten moest het ontgelden. De Grüne Polizei trok Herten binnen. Gelukkig was de bevolking al gewaarschuwd voor hun komst. Alle mannen hadden inmiddels een goed heenkomen gezocht. De Duitsers liepen van huis naar huis op zoek naar ‘Männer’. Overal werd gekeken in de kelders, op de zolders, in de stallen en schuren. Als ze vroegen of er een man in huis was kregen ze te horen ‘ze zijn op het veld’ of ‘ik heb geen man’. Sommige mannen hadden geluk en werden niet gevonden, anderen waren minder gelukkig. T. van Herten: ‘De opgepakte mannen worden bij elkaar gedreven als een kudde beesten en worden op wagens geladen. Een laatste handdruk, omhelzing. De tranen rollen over de wangen. Ze begrijpen wat gaat gebeuren. Niets maar ook niets kunnen ze doen. De wagens staan startklaar. Ze vertrekken met de voor hen zo kostbare vracht. Nu komt eenieder weer uit zijn schuilplaats, stijf en verkleumd van kou en later als de rust in ons dorp is teruggekeerd zijn éénentachtig mannen, waaronder vaders van zeven á acht kinderen door deze horden meegenomen om elders in Duitsland te gaan werken voor de vijand.’

De jacht op de ondergedoken jongens en mannen bleef doorgaan.