Leon Verdonschot

‘Als ik gas geef in mijn 400 pk-Jaguar, heb ik het gevoel dat Greta Thunberg door die brom heen schreeuwt’

‘Als ik gas geef in mijn 400 pk-Jaguar, heb ik het gevoel dat Greta Thunberg door die brom heen schreeuwt’

COLUMN - Ik ga mijn auto verkopen en ik mis hem nu al. Mijn eerste auto was een Daihatsu Cuore uit 1984. Hij klonk als een brommer en zo reed hij ook. Toch was hij me dierbaar. Ik liet er een autoradio in bouwen die meer waard was dan de auto zelf en de benodigde gaten voor de speakers pasten maar nét in het hoedenplankje.

Mensen die niks met auto’s hebben, herken je altijd aan dat zinnetje dat een auto ze alleen van ‘a naar b moet brengen’.

Ik heb nog een paar auto’s gehad die voldeden aan die wat schrale, typisch Nederlands-praktische functieomschrijving, tot ik ontdekte dat er ook auto’s bestaan die je niet alleen (op papier of in Duitsland) veel sneller van a naar b kunnen brengen, maar dat vooral doen met een geluid dat zo lekker is, dat je eigenlijk via c naar b zou willen rijden om het langer te blijven horen.

De hele rij 6- en 8-cilinders die volgde, begon met een Amerikaanse cabrio, die ik kocht van een man in Uden die de Postcodeloterij had gewonnen. Het deel van zijn straat dat niét had meegedaan was jaloers, merkte hij iedere keer als hij ’s ochtends tegen zijn opengesneden stofkap aankeek. Ik kocht de auto in oktober, maar wilde wel de sensatie van een cabrio meemaken, dus reed met open kap naar mijn huis. Toen mijn arts de dag erna een voorhoofdsholteontsteking vaststelde, wist ik waarom je kale mannen in een cabrio altijd een pet, muts of hoed ziet dragen.

Omdat ik vaak van auto wissel, merkte ik al snel hoeveel sociale waardeoordelen aan een autokeuze vasthangen. Toen ik van een man in Lelystad een volmaakt asociale BMW 7-serie met 20 inch-velgen kocht, kreeg ik opeens iedere ochtend een duim omhoog van alle zwarte jassen en hoody’s die om de coffeeshop naast mijn huis hingen. Kennelijk vermoedden niet alleen zij dat ik nu in dezelfde branche werkzaam was: in de BMW lieten weinig mensen me voorsorteren en opeens werd ik af en toe door de politie aan de kant gezet.

Een oude Porsche 911, merkte ik een jaar later, nadat ik ook de BMW weer met veel verlies had verkocht en me voor de zoveelste keer had voorgenomen op te houden met deze liefhebberij, vindt dan weer iédereen een sympathieke auto.

Ik verkocht hem na twee jaar en 100.000 kilometers heerlijk gegrom, via mijn garage aan een negentienjarige jongen uit Duitsland, die de onderhoudsboekjes liet liggen. Mijn garagehouder appte hem nog dat hij de boekjes was vergeten, maar hij heeft niet meer gereageerd. In die zin is een auto verkopen hetzelfde als je huis verkopen: sommige kopers gun je het, van andere vind je eigenlijk dat ze het niet waard zijn.

De Jaguar waar ik nu al een paar jaar in rijd, heeft 400 pk en klinkt alsof er een koor grunt-zangers onder de motorkap ligt. Zijn tijd zit erop. En, moet ik toegeven, de tijd voor dit type auto’s met milieulabel G ook. Steeds als ik het gas indruk, heb ik het gevoel dat Greta Thunberg door die brom heen schreeuwt.

Ik zie nu al op tegen het circuit waar ik weer in terecht ga komen bij de verkoop. De voorloper, een criminele circuit-waardige Mercedes E50 AMG, verkocht ik uiteindelijk aan een garagehouder in Raamsdonksveer. Hij betaalde me cash, in een witte enveloppe vol gestreken briefjes van 50, waarna hij me afzette bij de halte voor de bus naar Breda. Die bleek pas een klein uur later te vertrekken, dus ik liep naar de frituur schuin ertegenover. Toen ik daar af wilde rekenen, bleken ze alleen contact geld te accepteren. Ik trok een briefje van 50 uit mijn binnenzak en de frituurhouder zag de enveloppe. Ik zag hoe hij keek en wist precies wat hij dacht.

INFO

»JOURNALIST, AUTEUR EN PRESENTATOR LEON VERDONSCHOT SCHRIJFT OVER WAT HIJ MEEMAAKT EN OBSERVEERT TUSSEN MAASTRICHT EN DE RANDSTAD